HomeDe taak der wijsbegeertePagina 46

JPEG (Deze pagina), 913.79 KB

TIFF (Deze pagina), 8.29 MB

PDF (Volledig document), 37.54 MB

_‘ 40 il
wg iv.?
hield, citeerde hij deze woorden, door een scheikun-
· dige _tot zijne studenten gericht: »lV[ijne Heeren! van
hetgeen ik U leer is een honderdste philosophie; wilt iili
dat eene honderdste niet verwaarloozen." Kan ik U `i
‘ bij dat eene honderdste, ik spreek tot U en tot de ,
i Studenten in de Rechtsgeleerdheid! behulpzaam zijn, y
het zal mij strekken tot vreugde. Met U, Studenten J i~ii, f ~'~. Air"
in de Letteren! behoor ik tot dezelfde faculteit. Hoe
gaarne zal ik verder zien dan Uw candidaats-examen, Qi
en ook iets bijdragen om U te vormen voor de groote E
taak, waartoe Gij U voorbereidt: de opleiding van q
jonge menschen. al f
j Studenten in de Godgeleerdheid! Voor U kom ik nl A `iï
_ hier in de eerste plaats. Gij wilt redenaars worden,
_ en wel zóó, dat Uw woord belangrijk zij voor den
hoogst- en verstaanbaar voor den minst ontwikkelde. , Q,
Daartoe zult Gij de diepzinnigheid van den dichter
- hebben te paren aan de scherpzinnigheid van den {Q
wijsgeer. Zwoele gemoedelijkheid zal u niet verder i Y;,_
· brengen - de menschen hebben behoefte aan zout. QC,
Hoe gaarne zal ik voor en met U worstelen. Er zijn ii ,.
noch geloovigen noch ongeloovigen - er zijn men-
schen, allen met dezelfde nooden, en allen dankbaar V _~_-
voor een woord, komend uit de diepte, een woord
met zout besprengd. Zout bezittend in Uzelf, zult gij T ·‘
een kracht zijn voor de zwakken, een troost voor de gj
bedroefden. Verkondigt Gij in eenvoud de dingen, die {ii ii
des geestes zijn, de menschen zullen U vasthouden
bij de slippen van Uw kleed, U vragend om Uwen
zegen. ’<ï§_ _
. lk heb gezegd.