HomeDe taak der wijsbegeertePagina 30

JPEG (Deze pagina), 886.13 KB

TIFF (Deze pagina), 8.32 MB

PDF (Volledig document), 37.54 MB

l"”`"
26 _
De reiziger, die Rome bezoekt, en de zalen door-
wandelt van het Vaticaan, staat bewonderend stil voor I
dat eene doek van Rafaël, alleen een tocht waard ,
naar de eeuwige stad: de school van Athene. Op den
achtergrond staat Socrates, in druk gesprek gewikkeld. _
j »De mensch is de maat aller dingen”, had Protagoras
gezegd. En Socrates gaf het toe, indien men slechts
den nadruk gelieft te leggen op het lidwoord ­­
A maat aller dingen is de mensch, de menschelijke rede,
die het bijzondere van alle zijden beschouwt, door
die alzijdige beschouwing het wezen ervan tracht
A te leeren kennen, en bij gevolg van het aanschouwde
V bijzondere opklimt tot het algemeenel Zoo. trachtte
/ Socrates te komen tot de deünities of de normen
der dingen. Het bijzondere, het toevallige, behoort
, niet tot het wezen van het ding. Het algemeene, dat
‘ ieder ding in zich moet hebben, om het ding te zijn,
dat het is, ziedaar van dat ding het wezen, de idee,
de norm. Hoe komt het dat twee menschen elkander
kunnen verstaan? Daarom alleen, wijl overal waar ,
l twee menschen samen zijn, een derde tegenwoordig .
is, aan welke zij beide onderworpen zijn: de rede.
Dat twee [menschen elkander kunnen verstaan, gold
Socrates als bewijs, dat er normen zijn, waaraan de .
geest van iederen mensch onderworpen is.
Maar op den voorgrond van Rafaë1’s schepping
staan de Hguren van Plato en Aristoteles; van Plato,
[ die, voortbouwend op den arbeid van Socrates, de
, , soortbegrippen ot ideëen verklaarde voor het onver-
l 5 gankelijke, van Aristoteles, die de ideeën oflnormen
l als in de dingen zich baanbrekend voorstelde, en op
die beschouwing gansch een wijsgeerig gebouw optrok.
l