HomeDe taak der wijsbegeertePagina 27

JPEG (Deze pagina), 844.88 KB

TIFF (Deze pagina), 8.29 MB

PDF (Volledig document), 37.54 MB

25 Y
gen voor moeten ondergaan, beschreven in Dante’s
Inferno. Desgelijks staat het met onze overtuigingen
omtrent schoon en leelijk, zedelijk geoorloofd en
zedelijk berispelijk. De waardeering der dingen uit
genoemde drie oogpunten dringt zich aan den mensch
H`? op. De mensch is behalve op waarheid, ook op schoon-
heid aangelegd en zedelijkheid. De minst beschaafde,
de armste der armen, versiert nog zijn hut, zijn kleed,
zijn lichaam; de diepst gezonkene veracht nog als
zedelijk minderwaardig den mede-booswicht, die hem
verried. Wij staan dus tegenover de wereld niet onzij-
dig; naar onze begrippen van waarheid, schoonheid en i
goedheid meten wij af wat er gebeurt. Wij bezitten i
zekere maten, ideeën of normen, waarmede wij de
dingen vergelijken. Wij gewagen van behoorlijk en onbe-
`L hoorlijk, en wij doen zulks, omdat wij niet anders kunnen.
Hier nu doemen vragen op, van het allerhoogste
gewicht. Niets grijpt zoo diep in het practische leven in
als de denkbeelden omtrent waar, schoon en goed.
. ls er voor ieder van die drie terreinen des levens j
een vaststaande en voor allen zonder onderscheid
geldende norm? Zijn er nog andere terreinen, waar
normen moeten worden gezocht? ls er tusschen dc
, normen op die verschillende terreinen samenhang?
Hoe is de verhouding tusschen de werkelijkheid en
de maat, die wij haar aldus aanleggen? Reeds wegens
haar karakter -- zij betreffen de gronden ­- zijn die
vragen wijsgeerig van aard, maar zij zijn het ook om -
een andere reden. Alle bijzondere wetenschappen pj
hebben met normen te doen, daarom is het onderzoek,
daaraan te wijden, de zaak van eene algemeene, en
i die is de wijsbegeerte.