HomeDe taak der wijsbegeertePagina 25

JPEG (Deze pagina), 844.24 KB

TIFF (Deze pagina), 8.29 MB

PDF (Volledig document), 37.54 MB

l
l
Y ·
l
l 23 j
, ten opzichte van zonde en deugd. Zóó leert ons de
ervaring. Maar Kant - en het is zijn hoogste
ç _ eer, ­- is die wereld der ervaring uitgetreden. Kant
heeft, op grond van de zedewet in zijn binnenste,
j besloten tot een Eeuwige l/lacht, die de weegschaal
`<" in de hand houdt van het recht. Staande bij de
{ graven, heeft Kant, op grond van diezelfde zede-
wet, het bestaan geleerd van een niet ervaren wereld
j aan gene zijde des grafs, in het aangezicht des doods
I geprofeteerd van onsterfelijkheid. Neen, de wereld
l der verschijnselen is te onvolkomen, te verward, dan
2 dat de mensch er bij zou kunnen rusten. Philoso-
j phieën gaan voorbij, philosophie zal er altijd wezen,
zeggen wij met Schiller. Nooit anders dan door tijde-
j lijke uitputting gaf de mensch zijn zoeken op. En wie
· het opgaf, de vragen kwamen weder tot hem van een
j zijde, van welke hij dat het minst had verwacht, zij
Q werden hem weder voorgelegd door zijn eigen kind.
De doodsklok wordt geluid over de metaphysica. Men
j kan echter wel luiden, maar daarom sterft zij nog niet. j
E De dissonanten der ervaring-wereld vragen om oplossing. S
De tegenstrijdigheden smeeken om verzoening. Het ‘
j eindige beknelt het denken en benauwt het gemoed.
jj Als een torso werpt de wereld der ervaring haar lijnen
§ in de lucht. Het oneindige, hoewel nooit ervaren,
j laat den mensch, of hij wil of niet, nooit los. Alfred
j de Musset gaf woorden aan ons aller voortdurende
ondervinding: »je ne puis. l/lalgré mois l’inüni me
tourmente.” j
Is het alzoo de taak der metaphysica, eenheid te l
j brengen in de menschelijke kennis, onderzoek te doen
j naar den grond der verschijnselen, in die richting
i
l
u
1
E
l

..1