HomeDe taak der wijsbegeertePagina 19

JPEG (Deze pagina), 875.48 KB

TIFF (Deze pagina), 8.64 MB

PDF (Volledig document), 37.54 MB

ijl

l rz
il ‘
geenerlei verband bestaat. De klier is een verworden
j derde oog, een kruinoog.
Na Descartes kwam Geulincx aan het woord,
j . en verklaarde het verband door een wonder, d. i.
ä ` hij verklaarde het niet. Bij gelegenheid dat ik iets
T l wil, zoo leerde hij, dwingt God in verband daarmede
mijn lichaam, geschiedt er iets in' mijn lichaam,
J God wekt de voorstelling daarvan in mijn ziel. l/[aar
daarna stond hij op, die tot heden niet is geëven-
aard: Benedictus Spinoza, aan alle pogingen om
verband te zoeken, waar het krachtens de eigen defi-
~‘, nitie der dingen niet aanwezig zijn kán, een einde
makend, - en leerde de eenheid van lichaam en
ij ziel, van God en wereld. Er is slechts eene sub-
stantie, wijl de substantie de complete werkelijkheid
{ is. De twee substanties, door Cartesius geleerd,
i worden in de oneindige substantie in hooger een-
Ep ‘ heid opgelost. De denkende substantie en de uit-
gebreide substantie zijn een en dezelfde substantie,
l_ ‘ nu onder dit, dan onder dat attribuut begrepen. j
9 Uit die eene substantie komt alles voort, gelijk uit j
j eene mathematische iïguur hare eigenschappen. Nu l
^ vloeien wereldbeschouwing en levensbeschouwing in-
•. een. De Ariër Descartes was uitgegaan van den
l i mensch, Spinoza, de Semiet, nam zijn uitgangs-
i _ punt in God. Nu wordt wijsbegeerte leven en leven
«j ' het zich een weten met den golfslag der eene,
_ groote natuur. Hier rijst een geheel voor ons op,
il indrukwekkend als een gothische kathedraal, waar-
van ons is geleerd, dat zelfs door de poriën van
i I haar steenen een lofheid aan den Schepper ruischt.
Haar grondvorm,om met de woorden van den kansel-
.