HomeDe taak der wijsbegeertePagina 13

JPEG (Deze pagina), 841.33 KB

TIFF (Deze pagina), 8.44 MB

PDF (Volledig document), 37.54 MB

. - . . .. .. .···
.0. uv: -1 V i i
II
arbeidt, wat zou er terecht komen van zijn historie,
zijn geologie, zijn mathesis? Daarenboven vereischt het
onderzoek naar ’s menschen kenvermogen een eigen
methode. Wie onze kennis wil ontleden in hare bestand- W
_ deelen moet anders te werk gaan dan wie de aard-
Y korst onderzoekt of de sterren bespiedt in haar loop.
De leer aangaande het kenvermogen is om al die
."~- redenen dus een afzonderlijke wetenschap, die een
V afzonderlijken onderzoeker vereischt -­ juist wat te
bewijzen was.
Er gaan in onzen tijd zoowel in als buiten ons
- vaderland stemmen op, om de theorie der kennis
, voorloopig wat te laten rusten. »Eindig toch eens" ---
zoo luidt de klacht--- »met altijd maar weder te
polijsten aan den sleutel, het is hoog tijd dat eindelijk
éh het slot eens open ga". Het komt mij voor, dat zij, 4
` die daartoe vermanen, een gevaarlijk werk verrichten.
M Zoolang er is gephilosopheerd is men, telkens als de j
philosophie een wending nam, weder begonnen met ä
den mensch en zijn verstand. Zoo Socrates, zoo Des- l
cartes, zoo Locke, zoo Kant. Socrates met zijn beroep j
op de rede; Descartes, ­- die, als Parcifal bij den l
' graal, in de onmiddellijke nabijheid van Kant’s ontdek-
`ïï king is geweest zonder het te weten, - met zijn: ik
denk dus besta ik , Locke met zijn sensatie en reflexie ;
Kant met zijn aanschouwingsvormen en kategorieën.
‘ Maar telkens dwaalde men weer van de studie van
den mensch af en kwam daardoor tot den gevaar-
lijken waan, dat alle raadselen nu waren opgelost.
Zoo meende Wolff in de achttiende eeuw, dat voor j
alle vragen een antwoord aanwezig was, en een goed 1
V/olffiaan zou in oprechtheid hebben gemeend, dat _