HomeDe levensvoorwaarden onder volken op hoogen en op lagen trap van beschavingPagina 21

JPEG (Deze pagina), 864.69 KB

TIFF (Deze pagina), 8.13 MB

PDF (Volledig document), 35.69 MB

l
‘ l
l
i 19
langwekkend, welken invloed hebben zulke verhoudingen i
A op de geestelijke functies van den mensch, waarmede s
,_ hij zijne kennis vergadert. A priori laat zich daar niet over l
_ ii beslissen. Men kan zich voorstellen, dat terwijl het phy-
` siek gedeelte van een organisme kwijnt, toch de psyche 1
ij hare oorspronkelijke energie behoudt; evenwel eene min- y
i der gunstige ontwikkeling, ja eene degeneratie behoort
_ ook tot de mogelijkheden. ln zulke vragen kunnen slechts
het experiment en de waarneming eene vertrouwbare uit-
komst geven.
Nu is het natuurlijk geheel uitgesloten, dat de mensch l
zelf proeven zou kunnen nemen, om den invloed te be-
palen, dien de uiterlijke omstandigheden op de psyche
van den enkelen mensch en zijne gansche geestelijke pi
i` ontwikkeling kunnen oefenen, noch minder zou hij dat
iii? bij een volk kunnen doen. Ik had daarom alle reden, V
Q om mij gelukkig te achten, toen ik op mijne reizen een
experiment omtrent dit vraagstuk op het spoor kwam,
dat de natuur zelf genomen had en waarvan zich de
uitkomsten lieten nagaan. g
Van de verschillende groepen der Dajaksche stammen i
woont die der Bahau’s in het boschrijk bergland van den °
Boven­Mahakam op 150-250 M. hoogte boven de zee,
eene andere groep, de Kënja’s, die geschiedkundig en eth-
nologisch tot hetzelfde volk als de Bahau‘s behooren, leeft
in eenzelfde bergland in het brongebied van de Kajanrivier, i
xii dat echter op 6oo M. hoogte boven de zee gelegen is.
In vroegere tijden nu woonden de Bahau’s in datzelfde
i gebied aan de Boven-Kajanrivier als de Kënja’s. Meer p
dan een eeuw geleden echter zijn zij in het stroomgebied
van den Mahakam,¤hunne tegenwoordige woonplaats, ·
afgedaald en nu zijn zij daardoor in veel ongunstiger
4