HomeDe levensvoorwaarden onder volken op hoogen en op lagen trap van beschavingPagina 13

JPEG (Deze pagina), 851.16 KB

TIFF (Deze pagina), 8.04 MB

PDF (Volledig document), 35.69 MB

’ 1 1
het hoofd van een Kajanstam aan den Boven­lVIahakam
onder deze cultuurvoorwaarden er op een zeker jaar eens
toe overgaan, om zijne velden tweemaal zoo groot te
maken als in andere jaren; hierdoor werd zooveel meer
ill, r arbeid vereischt, dat alle andere werkzaamheden dat jaar
moesten blijven liggen en toch kreeg hij ten slotte slechts
Q weinig meer dan eene normale hoeveelheid rijst, omdat
het weder tegenviel. Daar hunne velden van dezen zoo
wisselenden factor niet alleen gedurende den groei der
rijst afhankelük zijn, maar ook bij den aanleg der rijst-
velden het gevelde hout alleen in den drogen tijd kans
heeft, om te drogen en voldoende asch voor bemesting
te leveren bij het verbranden, moeten de Dajaks hun
rijstbouw in hun regenarmsten tijd, onzen zomer, beginnen,
zoodat hun oogst in de natste maanden, onzen winter,
wordt binnengehaald, waardoor ook dikwijls nog een deel
‘ verloren gaat. Dat landbouwers met zulk eene beperkte p
kennis zich zelden verheugen in overvloed van hun voor-
naamste voedingsmiddel, ook ten koste van nog zooveel
arbeid, ligt voor de hand. j
° Een ander gevolg van deze grondbewerking is, dat l
zulke stammen gedwongen worden, na verloop van tijd,
wanneer de geschikte gronden in de nabijheid gebruikt ‘
zijn, hunne nederzetting te verplaatsen, om weder meer
nog onbewerkte gronden onder hun bereik te krijgen.
Zulk eene verhuizing is voor weinig leden tellende gezinnen
á een werk, dat een paar jaar allen buiten den landbouw ”
beschikbaren tijd in beslag neemt, wat dus mede een niet
gering verlies aan arbeidsvermogen geeft.
Behalve op den landbouw leggen deze stammen zich
ook toe op jacht en vischvangst. Het voedsel echter, dat Q,
deze hun opleveren, is betrekkelijk gering en toch. wonen
t
1
­ il
. fl