HomeDe komende stembusstrijdPagina 8

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 7.99 MB

PDF (Volledig document), 43.99 MB

( .«­­.«·.­«­­­­...­.-.­...`...`...v`..,.......N.Y. . . rrrr iw , . in N ‘­·
i 6 DE KOMENDE sT1•:MBUss'1‘mJ1).
land vruchtbaarder zijn zou dan de groepeering naar de
thans vooruit geschoven wordende antithese: 1
` ,,Vraagt men mij nu of ik een dergelijk samengaan per
se uitgesloten acht, dan antwoord ik daarop, dat dit mijns
j inziens niet steeds het geval behoeft te zijn, ja, dat er een j
_ moment denkbaar is, waarin eene zoodanige groepeering niet
j alleen mogelijk, maar ook noodig zou kunnen zijn.
,,Wanneer zulk een moment zal gekomen zijn, welke ge- jj
gevens het zal opleveren, laat ik rusten; ik acht het niet
noodig en nuttig mij hier in phantasinagorieën te ver-
diepen. Ik beweer alleen, dat de mogelijkheid er van niet
ontkend kan worden". 1 j
In zijn repliek trachtte de minister­president aan deze woor- l
· den wel eenigszins hun beteekenis te ontnemen, door op te j
merken dat hij niet gesproken had van de eventueele nood- j
zakelijkheid eener ,,duurza.me vereeniging der democrati­ jj
sche groepen". 2 Het is echter duidelijk d·at dit aan de zaak i
niets verandert. In de erkenning toch der eventueele nood- j
j V zakelijkheid eener tij delijke vereeniging der democratische jv
groepen ligt onontwijkbaar opgesloten de erkenning der
tijdelijkheid ook van de ,,christelijke" coalitie van thans. ;
Voorheen de antitliese als fundament der partijgroepen
verworpen en voor de toekomst de mogelijkheid der ver- l
loochening van haar overheerschende beteekenis als zoodanig
niet alleen opengelaten, maar als eventueel noodzakelijk
erkend.
Maar hoe dan te verklaren dat juist nu die autithese de
politiek en de partijgroepeering hier te lande wél be- ‘
heerschen moet? Ook op deze vraag heeft de minister- 6
l president zelf het antwoord gegeven. ,,Ligt er niet iets waars j
­- zoo vroeg hij -­- in deze opmerking, dat, wanneer men is; "
gevoelt dat eene tegenstelling ons goed doet, men er dan
gaarne mede voor den dag komt? Merkt men daarentegen it;
of gevoelt men dat de tegenstelling schade doet, dan be- jl;
mantelt men ze liefst eenigszins". 3 .
1 Hamlclingczz Tweede Ifrtmer ’1Y>O4/5. bl. 542. i
2 t. _z .p. bl. 605. ‘ .
j 3 t. z. p. bl. 609/tu ‘ E
· {

`I
l . i