HomeDe komende stembusstrijdPagina 16

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 43.99 MB

i i · · Qf
i
`
. 14 nn Komznnn s'r1cMaUssTai.rn. . ·
een aan het legerbestuur niet welgevallig dispuutgezelschap
van officieren (zaak-Reitsma). Uiting van reaetionairen geest [jl
[ was ook de stakingswet van het voorjaar van 1903, voor A
i welke ook de liberalen zich, jammer genoeg, ten slotte
hebben laten vinden, maar die toch van liberale, althans ij,
van links­liberale zijde, - naar ik vertrouw - nooit in zóó
reactionairen geest zou zijn voorgesteld. ‘ "« ‘
l
Uit den aard der zaak kan ik deze punten slechts aan-
stippen. ieder daarvan stilstaan, kan ik niet. Ik zou dan {
. veel te wijdloopig worden. Slechts één uitzondering moet ik .<
1 daarop maken en wel ten aanzien van de stakingsgeschiedenis _
van het voorjaar van 1903. Ik ben daartoe verplicht door
den minister­president zelf, die zich te mijnen aanzien in de _,l`
» Eerste Kamer (dus buiten mijn tegenwoordigheid) een verre- :‘
gaande onbehoorlijkheid veroorloofde, die hij , als aanspraak
makende op den naam van fatsoenlijk man, verplicht zal
zijn goed te maken. li;
Ik ga zoo aanstonds op de heele sta.kingsgeschiedenis nog il;
wat nader in, maar wil beginnen met dit persoonlijke feit ~
af te doen. 1jr·
Ziehier de zaak. In December 1902 kwam een der toen-
malige directeuren aan het V riesseveem in mijn kwaliteit
van directeur van het Centraalbureau voor sociale adviezen
bij mij om raad, aangezien eene zeer ernstige staking in E
het havenbedrijf te Amsterdam voor de deur stond, waarvan j
de omvang en de gevolgen niet te voorzien waren. Ik moest ‘
dien veemdirectcur toen antwoorden, dat het (Jentraalbureau I? p
voor sociale adviezen, krachtens zijn neutraal sta.ndpunt, zich in
niet mengen kan in stakingskwesties. Ik gaf hem echter, jj;
wegens de groote beteekenis van de door hem voorziene
staking (de uitkomst. heeft genoeg bewezen, hoe _juist hij
­ zag) den raad zich te wenden tot den minister­president en
. dezen omtrent den ernst van den toestand in het haven- tg
bedrijf van de hoofdstad in te lichten, gelijk hij mij gedaan pf
` had. Misschien, zoo zeide ik hem, vindt de minister daarin Ti
` aanleiding tot het beproeven eener minnelijke schikking. ,, °
` De veemdirecteur in kwestie vroeg toen een audientie bij ,
l
i"··;­·:·°»ä­£«-;«·L=;¥~-·-··" ’``’` *- Y - ---~- -- - ~ · Y ` -- ~·~~ · - · ~ i · · {ggd; ' i A