HomeVrijzinnig verweerPagina 35

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.24 MB

PDF (Volledig document), 37.03 MB

l je
t
. t ‘
j 32 .
H ’
kend, waarvan onze Grondwet niets wil weten. 1) En waarborgt deze
l ook niet de benoembaarheid van iederen Nederlander tot elke staats- ‘
l betrekking, van welk geloof hij ook moge zijn? Komt ook deze
ï heerlijke bepaling niet in het gedrang, nu onze premier, -- klagend dat
zij die zich de Christenen bij uitnemendheid noemen, te weinig tot
; den staatsdienst zijn toegelaten, ­ zijn geestverwanten met zijn wel-
daden overstelpt. jl
f Terwijl onder vrijzinnige ministeries nooit officieel onderzoek _
g werd ingesteld naar de godsdienstige gezindheid van den candidaat-
E ambtenaar, is het nu voor iemands kans op succes van groot gewicht,
of hij al of niet behoort tot de godsdienstige geestverwanten van
keizer Bram. Nooit is men er zoo openlijk voor uitgekomen, dat
niet de geschiktheid, maar in de eerste plaats de geloofsbelijdenis
j bij de benoemingen den doorslag moest geven. Nooit te voren werd g
in de ministerieele bladen openlijk hierom gevraagd, nooit nog werd l .
Evan achter de groene tafel door een minister erkend, dat dit ,,Regee-
l ringsbeginsel" werd gehuldigd. Om met kans op welslagen naar een -
I openbaar ambt te dingen, moet men een zeker geloof aanhangen. gj
{ Niet de geschiktheid, maar de godsdienstige belijdenis schenkt aan-
l spraak op benoeming. Wordt daarmee niet geschonden de bepaling ll
l in onze Grondwet, dat alle godsdiensten voor de wet gelijk zijn, en
E ieder Nederlander, mits daartoe geschikt, tot elk staatsambt benoem- {E
baar is?
Modern clericalisme, dat is het wat de Anti-Revolutionaire staat-
‘ kunde kenmerkt, een dreigend gevaar voor ons volk! Want ,,kern en
wezen van het clericalisme is de dienstbaarheid van den Staat aan _;
de handhaving en verbreiding van een kerkgeloof, resp. de bestrijding Q
en achterstelling_ zijner tegenstanders door den Staat. De vraag, welk
j geloof de Staat zou moeten bevorderen, maakt voor de politieke
E indeeling geen onderscheid". 2)
I Maar nog een ander gevaar dreigt ons van deze politiek: zij *
S kweekt huichelarij, zij doet de menschen een geloofsbelijdenis voor de
l wereld toonen, die in waarheid de hunne niet is, alleen om toch J
l maar tot de uitverkorenen te behooren. Wordt niet aldus ’t ethisch `ä '
l peil des volks langzaam maar zeker verlaagd? `
l ij G
l Wanneer men nagaat, wat het ministerie Kuyper ons heeft ge-
I schonken, dan moet men wel tot het besluit komen, dat het voor `{ .
t ’s lands welvaren uiterst gewenscht is, dat het weldra door een ln),
, ander wordt vervangen.
= .
j 2