HomeVrijzinnig verweerPagina 15

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 7.28 MB

PDF (Volledig document), 37.03 MB

' 14
verstaan de Stem Gods. die in zijn innerste tot hem spreekt. De gan-
sche natuur is van strenge ethiek vervuld. Ook in de mensch zit de
kiem van 't goede, ’t edele, ’t hooge. ,,ln de ziel van den mensch is
een gerechtigheid, wier vergelding onmiddellijk en volkomen is. Wie ­
een goede daad doet, wordt aanstonds veredeld. Wie een slechte daad li
doet, wordt door de daad zelf verkleind. Wie onreinheid aflegt, neemt
reeds daardoor reinheid aan. Voor zoover een man rein van hart is, .
[ voor zoover is hij God; goddelijke kalmte, goddelijke onsterfelijkheid, ‘!
I goddelijke majesteit maken met gerechtigheid woning in zijn ziel. Als
I iemand huichelt en bedriegt, bedriegt hij zichzelf en wordt vreemd A
I ~ aan zijn eigen wezen.
Zie hoe deze snelle innerlijke energie overal werkt, verkeerd-
heden terechtbrengend, schijnvertooningen onthullend en feiten met
I gedachten in harmonie brengend. Haar werking in het leven, schoon
lang ontsnappend aan het zinnelijk oog, is op ’t laatst even zeker als »
I in de ziel. Door haar wordt de mensch zijn eigen voorzienigheid, goed .
I uitdeelend aan zijn goedheid en kwaad aan zijn zonde. Karakter komt ‘
· altijd aan het licht. Diefstal verrijkt nooit; aalmoezen verarmen nooit;
I moord spreekt uit steenen muren. Het geringste inmengsel van een
I leugen, een leven van ijdelheid bij voorbeeld, een poging om een 4
I goeden indruk, een mooi figuur te maken - bederft aanstonds het
effect. Spreek de waarheid daarentegen en heel de natuur en alle
geesten staan u bij met onverwachte hulp. Spreek de waarheid en alle r
I redelijke en redelooze dingen zijn uw getuigen en zelfs de wortelen i
van het gras onder uwe voeten schijnen zich te bewegen om voor u
te getuigen" 6). j
Dr. Kuyper zal zonder twijfel den volke verkondigen, dat wij, Y
wanneer wij ons afwenden van hem en zijn dogma’s, aan ’t ,,afglijden" -f.. I
zijn. Hij waant zich zoo gaarne op den top van den berg: wie van I
hem gaat daalt tot ongeloof en materialisme. Het schijnt niet in hem Y
op te komen, dat ’t wel eens kan zijn, dat hij zelf niet op den top V
staat en de weg van den tegenstander voert omhoog, berg­opwaarts. '
O! wij zijn er zeker van dat onze weg niet voert tot ongeloof en
materie-vereering. Wij zijn er van overtuigd, dat in onze richting de ,
evolutie van ’t christendom - want ook ’t christendom is als alles Q
‘ aan evolutie onderworpen en wij meenen dat Christus zelf ’t niet
anders heeft gewild ­- haar hoogste punt heeft bereikt. Niet alsof het ·
na ons zal stilstaan. O neen! het zal zich ongetwijfeld verder ontwik-
kelen, maar hooger zijn wij nu nog niet gestegen. Want niet van ’t
I
l I

_ ”