HomeVrijzinnig verweerPagina 13

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 7.31 MB

PDF (Volledig document), 37.03 MB

{ 12
Z dat in zichzelf volma_akt is, waarvan alle verschijnselen en dingen,
I door ons waargenomen, openbaringen zijn, waarmee natuur en mensch
I beiden in innige gemeenschap staan, beide beheerscht door dezelfde
wetten. ,,De levende God, de al­bezielende Geest, is ons het middel-
I punt van ’t Heelal, het centrum allereerst van eigen ziele­leven."
I Waar we ook rond ons schouwen, overal vinden we ’t goddelijke terug
in ’t groote heelal. Het openbaart zich ons als drang tot leven in de V
natuur, als de zedewet, de wet der wetten, in de historie en ’t leven,
als de heerlijke omhoog-strevende kracht in eigen ziel, die ons wil
I doen gaan tot het heerlijke, het goede, het edele.
I Godsdienst is niet het erkennen van zekere waarheden en dogma’s
omtrent God en de Wereld, maar dat ,,heerlijke eenheidsgevoel van [
het leven, in zijn enkelvoudige en saamgestelde openbaring, stuk tijd
en stuk eeuwigheid, dat onverander!ijk­noodzakelijke en toevallig ver-
anderlijke" 2). ln den godsdienst eeren we ,,die centrale macht in den l
i mensch, die hem tot een levend deel van het groot geheel maakt en
I hem met de onbedrieglijkheid van het instinct doet gevoelen, dat de
i pols van het oneindige, van het Al-leven in hem slaat, dat hij met
I al zijne genietingen en ontberingen, met al zijn zoeken en strijden,
I met al zijn weten en willen, met al zijn denken en peinzen gedragen
I wordt door den grooten stroom, die als de adem des levens het al
I vervult". ,,ln dien God vindt ons denken zijn eenheid, ons willen zijn
l vastheid, ons streven zijn einddoel. Eerst waar dit diep gevoel van
E eenheid met God ons gemoed verwarmt, onze ziel doortintelt, onzen §
` wil versterkt, eerst daar wordt het een kracht ten goede, een prikkel ‘
tot al wat rein is en edel; eerst daar het middelpunt van ons bestaan, I
de ruggegraat van ons geestelijk organisme" 3).
Evenmin als de natuurwetten veranderen door de nieuwe ont- .
dekkingen en theorien der wetenschap, evenmin veranderen de Zede-
wetten, wanneer de Bijbel ophoudt voor ons Openbaring te zijn.
Waar de Schriften voor ons niet m_eer de kenbron van goed en
kwaad kunnen zijn, daar is voor ons in haar plaats een andere ge-
treden. ln eigen geweten, in eigen ziel vinden wij de absolute kenbron ,
van ’t Recht ln stille plechtige oogenblikken, wanneer onze ziel open
gaat, dan komt tot ons God. Want wij zijn als vaten, die aan de eene
zijde met de zee in verbinding staan, zoodat de Geest van de wereld
l _ in ons instroomt. Onze ziel staat open voor de Wereldziel. Openbaring
I is naar Emerson zegt: ,,an ebb of the individual rivulet before the I
flowing surges of the sea of life". ,,De menschen spreken van open- J
baring als iets uit het grijs verleden, als ware God dood.- Maar on- P
i
i