HomeVrijzinnig verweerPagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 7.31 MB

PDF (Volledig document), 37.03 MB

ä ‘ 9
ä
§ Van vele der Bijbelboeken is de vorm, waarin wij ze bezitten, g
I niet de oorspronkelijke, maar die waarin latere schrijvers ze hebben Y
l omgewerkt. Wij weten ook dat sommige niet door die personen zijn W
geschreven, aan wie de kerk ze heeft toegekend. Bijna alle gebeur- 5
tenissen, waarover de Bijbel ons inlicht, worden daarin verhaald niet ï
door ooggetuigen, maar door menschen, die ’t ook maar van hooren r
zeggen hebben en het ons nu mededeelen op een wijze, geheel over- O
iw eenstemmend met eigen ideeën en wereldbeschouwing. ,,l-Ioe zou men
aan boeken, van zoo verschillende herkomst en zoo twijfelachtige bij-
if eenvoeging, nog het karakter willen toekennen van uitsluitend organen
l. . der goddelijke inspiratie te wezen, ten nadeele van alle andere histo-
rische, godsdienstige of zedekundige werken der menschheid, zelfs
van die, waarin de schoonste prediking, de edelste aspiraties, de ver-
hevenste uitingen der menschelijke ziel vervat zijn". · Y
i Van veel wat de Bijbelboeken ons verhalen, weten wij zeker, .
Ji dat het niet aldus is geschied. Voor de schrijvers dier boeken was
l de aarde het middelpunt der wereld, de hemel een rijk,gelegen boven
j de aarde. Onbekend met onze natuur- en scheikundige wetten, is
. voor hen de natuurlijke orde die van het wonder. Slechts een klein l
deel van de bewoonde wereld kennend, weten de auteurs niets van
j menschen en volken buiten hun beperkte gezichtskring. Talloos zijn
dan ook de wetenschappelijke dwalingen, die de Bijbel bevat. En
, dan toch dat alles Goddelijke Openbaring! 1)
l Niets gaf mij duidelijker bewijs van de groote scherpzinnigheid ä
en van het helder doorzicht van Paul Kruger, dan wat dr. jorissen A
5,; ons mededeelt op pag. 17 van zijn ,,Transvaalsche herinneringen":
lr ,,Wij waren" schrijft hij ,,te zamen op reis naar Europa; toevallig en
tegen zijne gewoonte, laat in den avond, was Paul Kruger nog bovenop t
het dek van den Dunrobbin Oastle. De verblindend schoone sterren- j
hemel, bijna in elken rimpel der zacht bewogen zee weertintelend,
M voerde den heer Bok en mij als vanzelf tot eene wisseling van ge-
{ dachten over het groote systeem der wereld, zoo aangrijpend haar
_»‘ koepel boven ons welvend. Ik gaf wat ik wist, wij vormden het heelal
ff van de kleine stof- of gasdeeltjes in zonnen, die hare planeten van zich ;4°
af stootten en in eeuwigen wentelkring om zichzelven medesleepten,
J in het eindelooze ruim. Ons gesprek was opgewekt en ernstig geweest.
Kruger had er geen deel aan genomen; ik had niet eens opgemerkt,
dat hij er naar geluisterd had. Op eens viel hij mij in de rede en
Z? zei: ,Hou op dr. jorissen, als gij gelijk hebt, dan kan ik mijn iii
le Bijbel wel over boord gooien’. Zijn helder doorzicht gaf hem in een