HomeOnberaden plannenPagina 52

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 50.92 MB

‘ {
jl
‘ l
50
op regeeringsbeleid en regeeringsdaden, die niet in den K
vorm van wetsontwerpen in onderzoek komen , is het niet eens
toepasselijk. De meest invloedrijke daad van de Eerste Ka- l ­
mer in den geheelen loop van haar bestaan was eene l j
bloote discussie, schijnbaar zonder gunstig resultaat, over ’ j
een adres om den Koning als de meening der Kamer te l
doen kennen, dat een ministerie, hetwelk bij eene kamer·
ontbinding in de minderheid bleef, zich aan het votum j
der kiezers behoorde te onderwerpen. (1868). Die discussie
besliste tot zegen des lands den toenmaligen strijd tusschen 4
de Kroon en de Tweede Kamer. Wat kan in zulk een geval 2"
en in zooveel andere het referendum baten? `
Misschien ware van het referendum iets bruikbaars te k
maken als buitengewoon middel om eene wet nog te kun-
nen keeren, nadat zij door beide kamers is aangenomen.
Wie zeer veel hecht aan het argument, dat bij een beperkt Y r
kiesrecht de niet­kiezers gebonden worden door wetten, die
slechts door meerderheden der vertegenwoordigers van
meerderheden der kiezers worden goedgekeurd, moge het
denkbeeld in overweging nemen, om de mogelijkheid te W
openen, de wetten aan eene volksstemining te onderwerpen.
Daaraan zouden alle meerderjarigen kunnen deelnemen. j
Bij eene stemming over een wetsvoorstel zullen zij veel min- j
der partij dig worden voorgelicht, dan bij een verkiezing, waarbij · j
over een honderdtal kamerlidmaatschappen wordt beschikt. y
Pratisch zou dit instituut wel niet veel beteekenen, maar {
het zou theoretisch als eene goede aanvulling onzer staats- J ~
instellingen kunnen beschouwd worden. Practisohe behoefte p
zou daaraan slechts kunnen ontstaan, indien de uit de l "
kiezers voortgesproten volksvertegenwoordiging ooit het
verwijt verdiende, dat zij zich niet ten taak stelde de pro- p
letariers te verheffen , integendeel dezen met maatregelen be- l
dreigde, welke met hunne belangen strijdig waren en waar-
tegen dus een vet0­recht van de meerderheid van het ge- {
heele volk hun van nut kon zijn. · j