HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 8

JPEG (Deze pagina), 822.75 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

· vr .
ik de beschouwingen des heeren Bruining niet kunnen •
onderschrijven.
Toch bestaat er voor verwondering over het feit, dat _)
de heer Bruining mij vroeg en ik mij bereid verklaarde `
zijne brochure bij het publiek in te leiden, geen reden.
De vraag is te verklaren uit de omstandigheid, dat ik
een van degenen ben, die hier te lande pleiten voor eene
meer gelijkmatige verdeeling van het volksvermogen en
daartoe o. m. voor invoering van Staatserfrecht, - een
pleidooi dat in zijne conclusiën de instemming heeft van i
' den heer Bruining. De verklaring van het antwoord laat .
ik hier volgen; zij geeft vanzelf tevens de gevraagde ä
inleiding. ·
Welk standpunt men ook ten aanzien van den gods- I
dienst moge innemen, welke godsdienstige richting men
ook zij toegedaan, men kan niet loochenen dat in de i
hedendaagsche europeesche maatschappij de christelijke
godsdienst in zijne verschillende meer of minder funda- E
menteele schakeeringen een factor in het maatschappelijk
leven is van buitenge meen groote beteekenis en kracht. ï
Deze factor moet ten aanzien van het streven naar i
_ meerdere gelijkmatigheid in de verdeeling van het maat- · l
schappelijk vermogen in de eene of de andere richting
werken. Door het enkele feit van zijn bestaan en zijn kracht
werkt hij dat streven tegen als hij het niet bevordert.
Elke godsdienstige richting, die zich houdt buiten de
vraag der maatschappelijke goederenverdeeling, doet hare
volgelingen die vraag beschouwen als van ondergeschikt
. I
.
t