HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 63

JPEG (Deze pagina), 855.25 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

I
ie Y
steed. Mij dunkt dat bij voorzichtige invoering eener i
W andere regeling geen vrees voor het bovenbedoelde gevaar
., behoeft te bestaan. _
Stijgt, bij aanwending van wat den Staat zou toekomen
op de voorgestelde manier, het peil van ontwikkeling
bij de nu minbedeelden, dan zullen dezen langzamerhand V
ook stoffelijk in beteren doen komen. Zij zullen, wat
meerdere verstandelijk-zedelijke ontwikkeling altijd ten-
gevolge heeft, meer energie ontwikkelen, meer leeren
vooruit te zien en te zorgen, zichzelf te beheerschen,
j zich op andere wijze dan door inwilliging hunner zinne-
5, lijke lusten te ontspannen. Zoo zullen zij geenszins alle
inkomsten aan genotmiddelen uitgeven, maar sparen en
; aldus helpen dat een gedeelte van het inkomen der maat-
schappij gereserveerd wordt als bedrijfskapitaal. Wat
wordt er nu al niet, blijkens de resultaten van de Post-
. en de Nutsspaarbanken en blijkens hetgeen er bij het
failliet gaan van dezen en genen die in zijnen kring het -
` vertrouwen genoot, verluidt omtrent den maatschappe­ i
l lijken stand der slachtoffers, gespaard door den kleineren
burger-, zelfs door den arbeidersstand, wanneer het inko-
_ men er maar eenigszins toe in staat stelt.
De drang om geene onnutte verteringen te maken maar
te sparen met het oog op kwade tijden, op den ouden dag,
of op de kinderen, moet bij personen met kleiner kapitaal
. zelfs sterker zijn dan bij meer ver1nogenden, die niet zooveel
reden hebben om zich over deze dingen bezorgd te maken.
In de behoefte aan bedrijfskapitaal zou dan, in stede
van door betrekkelijk weinigen zooals nu, worden voor-
., 4,