HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 60

JPEG (Deze pagina), 797.62 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

46 E
van kapitaal bij betrekkelijk weinigen plaats vond.
Eensdeels zouden personen in wie de in de menschheid i
levende drang om kunstwerken te scheppen op meer of
minder schitterende wijze aan den dag treedt, krachtens ~
dien drang voortgaan ze in het leven te roepen. Dichters, t
toonkunstenaars, schilders worden niet in de eerste plaats
gedreven door het vooruitzicht op stoffelijke belooning.
Toch zou het hun aan deze ook in de toekomst niet ;
ontbreken, waar immers bij meerdere ontwikkeling in het J
algemeen ook de producten hunner kunst meer algemeen
zouden worden gewaardeerd.
l
In het voorgaande straalde reeds genoeg door, welk à
antwoord ik meen te moeten geven op de vraag wat de
Staat met zijn te ontvangen aandeel zou moeten doen.
Het zou m. i. bepaaldelijk moeten worden besteed om Y
de thans in minder gunstige omstandigheden verkeerende . ‘
klassen tegemoet te komen, vooral om bij de tot deze
behoorende personen de geestelijke ontwikkeling te bevor­ '
deren.
ls de voorgedragen beschouwing niet onjuist, dan werd
met de handhaving van het thans nog steeds geldende
erfrecht, zij het ook onbewust, een onrecht begaan, het-
welk o.a. ten gevolge heeft gehad dat de misdeelden
zich geestelijk niet hebben kunnen ontwikkelen zooals
zij het zich anders zouden hebben kunnen doen. Het
schijnt dus op den weg van den Staat als handhaver van '
het recht te liggen, om het onwillekeurig jegens de slacht-
offers der averechtsche regeling begane onrecht te her-
‘ Q
I