HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 54

JPEG (Deze pagina), 806.96 KB

TIFF (Deze pagina), 7.17 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

W
40
1
_, geen men is"? ') ,,1-Iet is niet door overvloed te hebben
dat iemand van zijne goederen leeft." 2) ,,Wat baat het c 1
. een mensch, zoo hij de geheele wereld wint maar zijn i
(innerlijke) leven er bij verliest ?" 3) De waarheid waaraan i
. deze en dergelijke uitspraken indachtig maken wordt, V
tegenwoordig vooral, nu 1nen vaak al te veel gewicht
hecht aan uiterlijke dingen naar het bezit waarvan
1; dientengevolge dikwijls met koortsachtigen ijver wordt _
gejaagd, inderdaad te veel vergeten. `
Y Wijziging van het erfrecht in den boven aangegeven ,
zin zou in ’t algemeen ten gevolge hebben dat langzamer- E
1 hand het verschil in gegoedheid tusschen de leden der
maatschappij iets kleiner werd dan het nu is. Kwam _
, van erfporties beneden zeker bedrag geen, maar van hoogere
een hoe langer zooveel te sterker stijgend gedeelte aan
een Staat ten goede, om het, zooals boven ook reeds even
werd genoemd, ten nutte der minder bedeelden te be- pi
steden, dan zouden omdat de hoogere erfporties eenige
P vermindering zouden ondergaan, minder groote kapitalen ~
é worden gevormd dan nu, ook dikwijls door samenvloeiing i
van zulke porties, geschiedt. Aan den anderen kant
zou de verhefiing der minder ruim bedeelden en dien- n
J tengevolge vaak min ontwikkelden in intellectueel en
vi moreel opzicht, dezen in staat stellen en bij hen
ä aanleiding geven tot meerder kapitaalvorming. Terwijl is
zoo aan de eene zijde eenigermate daling, aan de andere
ä _______ï_.
1) Fiiipp. 4 : 11. 2) Luk. 12 : 15. 3) Matth. 16 : 26.
E
l .
1
l _