HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 52

JPEG (Deze pagina), 823.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.19 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

38
jonge kind doet in loopen en spreken, waarbij het niet
denkt aan de vruchten daarvan op den duur. Indien de
innerlijke drang om te arbeiden er niet van nature is, wordt ,
hij door de gedachte aan iets buiten ons moeilijk opgewekt.
Spoedig komt gewoonlijk de natuur weer boven. Daaren­ j
D tegen begint een uit zijn aard vlijtig mensch altijd van-
nieuws een of ander werk. Eerst later denkt hij aan wat j
hij meer in de toekomst voor zichzelf of voor anderen
, met zijn arbeid kan bereiken, en dan wordt dat hem het
, _ doel waarvoor hij werkt. Op welk belang hij dan züne
ri aandacht zal richten hangt af, ten deele van zijne geaard­
heid, ten deele ook van de richting waarin hij wordt ,
gewezen door de ordeningen in de maatschappij. De men- 4)
schen maken de wetten, maar ook maken tot op zekere
hoogte de wetten de menschen.
Door op bijzonder trage en uitnemend ijverige perso-
. nen te wijzen, de uitersten bij wie het meest sprekend
aan den dag komt hoe het gelegen is met den mensch J
over ’t geheel, meen ik in ’t licht te stellen dat lagere
motieven minder invloed oefenen dan dikwijls wordt
jl gedacht. Het komt mij voor, dat men somtijds inderdaad
v te veel uitsluitend op die motieven let en te weinig .
{ rekening met het bestaan van meer ideale houdt,
, Reeds nu ontbreekt het niet aan den invloed van
i deze. I-Ioevelen zijn er niet, bij wie er geen sprake van
is dat winstbejag hen drijven zou tot getrouwe plichts- lg
betrachting, en die zich toch daarop toeleggen! VVat kun-
nen over ’t geheel maar weinig menschen zich vleien
met het vooruitzicht op aanmerkelijke vermeerdering van
T
ri
l
I
l