HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 47

JPEG (Deze pagina), 855.56 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

I 33

om te zorgen voor zijne familieleden, zou willen onttrekken
aan het oefenen van weldadigheid bij anderen dan dezen.
‘ Het is dus geenszins met den geest van het Christendom
in strijd, dat ook van wat iemand nalaat eventueel een
‘ deel aan anderen dan de nabestaanden ten goede komt.
Door de boven als noodzakelijk genoemde wijzigingen
zal toename van den misstand in het vervolg worden
tegengewerkt. Er moet echter verder ook iets worden
gedaan om het daarheen te leiden dat allengs een einde
komt aan onbillijke toestanden, welke door de straks
genoemde werking van gebrekkige instellingen gedurende
vele jaren geworden zijn.
Nauwelijks behoeft gezegd te worden dat men er niet
r op eenmaal een einde aan maken kan. Zelfs kan dat niet
spoedig gebeuren. Ook hier weer waarschuwt ons gevoel
reeds vooruit dat dit, zelfs al ware het mogelijk, onwen-
schelijk zou zijn en tot verkeerde gevolgen zou leiden.
Elk bezadigd 1nensch, al acht hij die groote ongelijkheid
. nadeelig en te betreuren, zou er voor terugdeinzen forseh
in te grijpen en zoo overhaast meerdere gelijkheid in het ·
leven te roepen.
Waaroin dit onheilvol zou zijn, laat zich gemakkelijk
inzien. Eeuwenlang hebben belooningssysteem en erfrecht
, in hun tegenwoordigen vorm gegolden. De daardoor ge-
worden toestanden kan men onmogelijk in eens of zelfs
1 spoedig wijzigen. Omdat over ’t geheel zij die tegenwoordig
ä meer gegoed zijn zich bij overvloediger stoffelijke hulp-
middelen meer hebben kunnen ontwikkelen, nadat zij
vaak reeds een eenigszins beteren aanleg hadden over-
; 2
l
i