HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 45

JPEG (Deze pagina), 900.44 KB

TIFF (Deze pagina), 7.41 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

,, 31
l
' of bloedverwanten waardige beheerders daarvan zullen
, zijn. In hen kan men van te voren niet dezelfde energie
veronderstellen. Veeleer mag men aannemen dat dezer
`¤ energie, aangezien zij ’s levens leerschool nog niet hebben
M doorloopen, niet aan die der ouderen gelijk zal zijn.
l Beschouwt men het aan iemand toekomende erfdeel, gelijk
` ` het m.i. op christelijk standpunt behoort te worden be-
schouwd, als een voorschot ter voorziening in behoeften
waardoor hij in staat moet worden gesteld zijne volle
werkkracht te ontwikkelen, dan is niet te rechtvaardigen
dat in alle gevallen zoo goed als alle bezit der ouders
aan de kinderen, ook zelfs eventueel het grootste deel
van iemands vermogen aan bloedverwanten in de zijlinien
overgaat. Dikwijls zal een gedeelte van wat nagelaten
wordt als voorschot voldoende wezen. Dus schijnt in de
plaats der bestaande regeling van het erfrecht eene zoo-
l danige te moeten treden, dat nu en dan aan de kinderen
«
. het ouderlijk vermogen, aan bloedverwanten dat van
' kinderloozen niet geheel en al toekomt. 1)
J _-.
' ‘) Ter verdediging van de bestaande regeling van het erfrecht moet
, men zich niet beroepen op ,,het eigendomsrecht", alsof daarop in- q
, breuk zou worden gemaakt wanneer niet ieder volkomen vrij bleef
· om aan te wijzen wat er zal gebeuren met hetgeen hij bezit, zelfs
i om te bepalen waarheen dit na zijn dood zal gaan. Vrij om naar
{ goedvinden te beschikken over het zijne wordt niemand gelaten,
noch bij zijn leven noch na zijn dood. Alle wetgeving zonder uit-
, zondering is er op berekend, de menschen te verhinderen om te
doen wat zij wellicht zouden willen, en voor zoover de wet billijk
is om hen te doen volbrengen wat recht en billijkis. Bedoeld recht
sluit welbeschouwd enkel in, dat den eigenaar toekomt eene keuze
te doen tusschen de verschillende manieren, waarop do wet (ook
U
"