HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 44

JPEG (Deze pagina), 845.59 KB

TIFF (Deze pagina), 7.41 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

J 30 i.
l
plaats, dan moet de band wat betreft het stoffelijk bezit "
ook eenigszins losser worden.
De oude regeling, onjuist derhalve wanneer het Chris-
t tendom eene juistere beschouwing dan te voren huldigt, 3
bestond toch langen tijd.
De omstandigheden waaronder wij leven zijn dus ge
worden tengevolge van de werking gedurende velejaren ‘ ‘
zoowel va.n een gebrekkig geregeld belooningssysteem
als van een onnauwkeurig werkend erfrecht. Dat het een
j met het ander tot in menig opzicht verkeerde toestanden
heeft geleid kan niet verwonderen.
De vraag hoe het tot andere moet komen is nu betrek-
kelijk gemakkelijk te beantwoorden.
Eerstens moet gezorgd worden dat belooningssysteein
en erfrecht voor de toekomst billijker worden geregeld.
Wat het eerste betreft dient het recht van onteigening
te worden uitgebreid, enz. Vlïat het andere aangaat l
j schijnt behoorlijk, dat vooral van grootere nalatenschap-
pen eene bijdrage ten behoeve van het algemeen wordt 2
_ geheven, de Staat alzoo ook een aandeel ontvangt. Dwaas ,
is toch wezenlijk, wat onder de tegenwoordige regeling .
nu en dan voorkomt, dat een jongere van wien nog W
blijken moet wat hij waard is, nagenoeg geheel ont- .
vangt wat zijn voorgangers zich eerst langzamerhand _ i
door hun arbeid hebben verworven en dus bezaten aan gl
het einde van hun loopbaan. De laatsten, mag men aan- 1
nemen, zullen waardig hebben weten te beheeren wat ’
zij zich met inspanning en vlijt verwierven, maar dat
l die zoo wisten te doen geen waarborg dat ook kinderen
4
I