HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 40

JPEG (Deze pagina), 808.91 KB

TIFF (Deze pagina), 7.20 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

26
hun leven in den regel wel i.ets toekomen. Droogde bij ‘
hun dood deze bron geheel op, dan zou dit insgelijks een F
neerdrukkenden invloed oefenen. Deze overweging; doet
mede handhaving van het erfrecht in de zijlinien tot op
zekere hoogte als billijk en gewensoht erkennen.
Het erfrecht steunt dus in ’t algemeen op goeden ä
l grond. Het vindt zijn rechtvaardiging in de omstandigheid
è dat bij de verdeeling van het stoffelijk goed met ’s men-
sehen behoefte rekening moet worden gehouden, en hij_
boven hetgeen aa.n zijne ontwikkeling is besteed als ’t
i ware een voorschot moet ontvangen.
Evenzoo is het in ’t algemeen volkomen behoorlijk,
wat niet nader behoeft te worden aangewezen, dat ieder _
ontvangt naar gelang hij aan het tot stand komen enz.
van het arbeidsproduct bijdroeg.
Het komt er evenwel op aan, nauwkeurig te bepalen _
waarop, krachtens eene en andere in ’t algemeen bil-
lijke instelling, de betrokken personen wezenlijk recht
hebben. ’
Aan den eenen kant heeft de toepassing van den regel
,,aan ieder naar gelang van zijn arbeid" geenszins altijd
op eene zuivere wijze plaats gehad. Hij werd niet zuiver
toegepast bv. wanneer iemand die grond in eigendom
had verkregen of met voorrechten (ook met wat men
tegenwoordig concessien noemt) begiftigd was, daaruit _,
door toevallige omstandigheden, welke hij niet had voor-
zien, groote voordeelen trok, geheel onevenredig aan E
den ten koste gelegden verstandelijken of lichamelijken
_ arbeid, De gevolgen waren te ernstiger omdat in het g
i