HomeHet christendom en de sociale kwestiePagina 38

JPEG (Deze pagina), 800.19 KB

TIFF (Deze pagina), 7.19 MB

PDF (Volledig document), 58.33 MB

· l
i
. is
l
24
doen en feitelijk inderdaad dikwijls voordoet dat, wegens
gebrek aan stoffelijke hulpmiddelen, menschen zich niet
kunnen ontwikkelen.
Wij verkeeren dan tegenwoordig, uit christelijk oog-
punt beschouwd, in averechtsche omstandigheden. 1
Om te vinden hoe wij daaruit zullen gera.ken, dient te F
i worden bedacht hoe die omstandigheden zijn ontstaan.
De verdeeling van het stoffelijk levensgoed heeft sedert
j onheuglijke tijden, behalve door gewelddadige toeëigening
j gelijk oudtijds ook veel plaats vond, hoofdzakelijk plaats I
gehad door middel van de tweeërlei instelling waardoor
zij nog plaats heeft. Ten eerste door middel van verer­ i
ving, tengevolge waarvan wat aan de ouders, aan nabe­ ,
staanden enz. toebehoorde, van dezen op rechtverkrijgen­ ’
den overging. Verder ontving ieder een zeker deel als
loon naarmate hij arbeid had verricht, d.w.z. naarmate hij
zich lichamelijk of geestelijk had ingespannen en alzoo
aan het tot stand komen, aan de beschikbaarstelling, de ¤
benuttiging of de bewaring van het stoffelijk goed had {
bijgedragen.
Blijkbaar zijn misstanden als waarop ik straks doelde, )
gewelddadige toeëigeningen daargelaten, voortgekomen,
ten deele da.aruit dat sommigen eene onevenredig groote
belooning ontvingen voor hun werk, gelijk er somtijds nog te
ontvangen wordt, ten deele daaruit dat een deel van de D
leden der maatschappij, terwijl hun toekwam en toekomt
wat ouders en familieleden, zelfs wat voorouders hadden
bijeengebracht, een grooter deel dan anderen vooruitkre
i
l