HomeDuur graan meer werk?Pagina 20

JPEG (Deze pagina), 838.51 KB

TIFF (Deze pagina), 5.93 MB

PDF (Volledig document), 19.56 MB

18
dering een verbetering achten en zich gewoonlijk
meer op stoutmoedige verzekeringen van anderen,
dan op hun eigen gezond verstand verlaten.
De geheele bewering steunt op de reeds bestreden ·
j meening van een groote wijziging in de verhouding
tusschen wei- en bouwland, een meening grootendeels
A steunende op de fantasie van de voorstanders. QV
i Men kan twisten over de vraag of dat een duizend
of wat Heetaren meer of minder zullen zijn, maar ·
erger dan onjuist is de veronderstelling, dat die wij-
ziging zoo groot zal zijn, dat daardoor de zuivel- en ’
vleeschprij zen naar boven zullen gaan. Wij zullen hier-
van altijd 1neer van produceeren dan op de binnenland-
sche markt kan worden geplaatst en op de buitenlandseh e
markt zullen wij moeten eoncurreeren met de reus-
achtige aanvoeren uit andere landen. Wie nu denkt,
dat iets meer of minder door ons geproduceerd, op
den wereldprijs van invloed zal zijn, zal bitter beclro-
gen uitkomen. Hoe veel weiland, uitstekend geschikt
voor zi_jn tegenwoordige bestemming, hebben wij niet,
dat nooit voor bouwland kan worden gebruikt.
Er bestaat bovendien een verband tusschen den ,
omvang der veehouderij en graanbouw, die misschien
aan een geleidelijke wijziging dezer verhouding niet j
in den weg staat, maar die een plotselinge groote
verandering omnogelijk maakt. Het vee, dat de bouw-
boeren in den winter noodig hebben voor hun stalmest, ‘·
wordt door de veehouders geleverd en, voor zoover lj
het niet in den winter is gemest, in ’t voorjaar weer I
teruggenomen; de prijsverhoudingen van het vee in I`
het najaar en het voorjaar zijn hierop gebaseerd, Y
dat dit veehouden in den regel voor den bouwboer j.
. niet onvoordeelig is en de noodige stalmest op niet _ `
te hoogen pri_js komt. .
Maar verander nu eens plotseling die verhouding.
Het gevolg zou zijn, dat de vraag naar voe in het