HomeDrie stelsels van handelspolitiekPagina 67

JPEG (Deze pagina), 0.97 MB

TIFF (Deze pagina), 7.15 MB

PDF (Volledig document), 71.37 MB

a l
. i
l
y 65
E afdeeling): Het is waar, dat invoerrechten een middel zijn om
t de schatkist te vullen op kosten van het buitenland; 1naar nooit
i’ wordt zij gevuld met het geheele bedrag dezer rechten,`altijd r
slechts met een gedeelte daarvan, en worden de rechten ge-
Q heven door een klein land, zoo is dit gedeelte zoo gering , j
S dat het nauwelijks in aanmerking k0mt." j
‘ Volgens die uitspraak mag men aannemen, dat de groote
" protectionistische staten kleine natiën als de onze op die wijze
~ heel wat belasting laten betalen!
De meening, dat, wanneer een klein land rechten heft,
i het gedeelte dat de buitenlander in die rechten betaalt, i
{ slechts gering kan zijn, is echter slechts voor sommige arti- i
kelen juist. Ook hier imoet weer de vraag gesteld worden:
·*"* tot welke rubriek behoort het artikel?
Wanneer een klein land, dat geen katoen voortbrengt,
à een recht op katoen ging heffen, zou het gevolg daarvan `
A zijn, dat de katoenprijs in dat land hooger werd. Daardoor
à zou dus het verbruik van katoen in dat land afnemen ene `
dus ook het wereldverbruik iets kleiner worden. De wereld-
W vraag naar katoen zou dus iets minder worden en dit zou
E den katoenprijs een weinig drukken. Terecht zegt Mr. Pierson
_' dat die druk, en dus hetgeen de buitenlander aan dat invoer- ,
A ‘· ` recht betaalt, zeer gering is, terwijl bovendien die prijsver-
i~ , laging tot mindere voortbrenging zou leiden, welke mindere ,
‘ voortbrenging de daling zou temperen.
Geheel _anders is het echter wanneer een klein land een i
Z recht heft van een artikel uit goederenrubriek II. In dat ge- i
1 . val wordt de buitenlandsche producent voor de_keuze ge-
' plaatst om of van de levering af te zien of ongeveer tot den
W ‘ binnenlandschen prijs aan te bieden zoodat hij, als hij levert,
‘ A, een groot deel van het recht van zijn prijs moet opofferen. p
De meening dat het recht in dit laatste geval in het oog
. 7 van hen, die invoerrechten wenschen, van geen nut is, komt
á· ­ 1nij geheel onjuist voor. Bij uitzondering treft het recht in
, dat geval geen doel als maatregel tot vergrooting van het
5