HomeDrie stelsels van handelspolitiekPagina 59

JPEG (Deze pagina), 912.81 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 71.37 MB

I
_ 57
prijs en dit, gepaard met meer omzet, heeft tengevolge dat
de fabrieken uitgebreid worden, nieuwe worden opgericht,
andere verbouwd en vergroot, enz. Na verloop van eenigen
tijd kan die uitbreiding te groot blijken, zoodat de concur-
‘ rentie even hevig, wellicht heviger is dan vroeger; er moet .
€< elders een débouché gezocht worden en voor zoover dit niet
4 vindbaar is moeten enkelen de mededinging opgeven, totdat
de industrie weer onder normale omstandigheden met normale
A winst werkt. _
Dit is volgens mijn bescheiden meening de meest ratio-
_ i neele gang van zaken die zich denken laat.
j iNiet altoos stelt men zich den loop der zaken echter zóó
voor. In geschriften van vrijhandelaars vindt men meermalen
de twee volgende processen als waarschijnlijk voorgesteld.
le. de instelling van het beschermend recht verhoogt den
prijs der producten blijvend in het belang der fabrikanten
. en op kosten der gemeenschap. i
2<‘. de concurrentie tusschen de fabrieken, die als padde-
· stoelen uit den grond verrijzen, is zoo sterk dat de industrie
te gronde gaat. .
Deze beide geheel tegenover elkaar staande opvattingen,
- `¢ waarvan het zonderlinge vooral is, dat men beide zelfs bij den-
` vi zelfden schrijver vindt verdedigd, sluiten elkaar natuurlijk uit. .
j Dat men beide opvattingen gebruikt, geschiedt om het zwaard,
dat tegen invoerrechten gericht wordt, dubbel te doen snijden. {
j Is het noodig te bewijzen dat invoerrechten ten bate van
Z; enkelen en op kosten van anderen den prijs der producten
verhoogen, dan wordt opvatting No. 1 gebruikt; is het echter
; noodig aan te toonen, dat rechten de industrie niet tot ont-
wikkeling brengen doch vermoorden, dan komt opvatting
j No. 2 die de industrie doet vernietigen door de te lage prijzen
. j van het product. i
vt ­ Nu kan natuurlijk de prijs van het bedoelde product niet
laag en niet hoog zijn tegelijk, en het tweesnijdend zwaard
blijkt dus aan geen van beide kanten hout te snijden.