HomeDrie stelsels van handelspolitiekPagina 54

JPEG (Deze pagina), 888.32 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 71.37 MB

52
buiten bewijst, dat de buitenlandsche industrie goedkooper
levert, enz.
Dit zijn mijns inziens geheel onjuiste en ongemotiveerde
beweringen.
Volgens mijn oordeel wijst het groote aandeel (3/4) dat die
industrie zich van het inlandsche débouché heeft weten te '“
vermeesteren, reeds aan, dat wij integendeel in dit geval te
doen hebben met eene krachtige en flink ontwikkelde indus-
trie. Het blijkt, dat in drie van de vier gevallen dit product
bij den verbruiker in verband met prijs, kwaliteit en condi­ [
`ties de voorkeur genoot, dus dat in drie gevallen het in-
landsche het goedkoopste (in de goede beteekenis van het
woord) was. l
Slechts éénmaal was het buitenlandsche het goedkoopst. l
In den regel was dus het inlandsch product goedkooper.1
Doch hoe komt het dan, dat dat artikel uit het buitenland
wordt ingevoerd? Waarom maakt men het dan niet in het W ë
land zelf en waarom houdt men de buitenlandsche concur-
rentie er niet uit?
Dit zijn vragen, het beschouwen overwaard.
Gesteld een inlandsch producent maakt een bij invoer 011-
belast artikel met matige winst voor een bepaalden prijs en ‘ `lg
j de buitenlander kan dat tot denzelfden prijs en condities Q;
leveren. Nu zenden beiden hun reiziger of agent om hunne
afnemers te bezoeken. `·
Er is niet ééne reden waarom de buitenlander bij gelijken i
prijs niet even goed verkoopen zou als de binnenlander en l
geheel rationeel is de veronderstelling, dat beiden evenveel
s verkoopen. Waiineer nu naderhand geleverd wordt wat de i
buitenlander verkocht heeft en dat artikel wordt ingevoerd, j
is dat dan een bewijs, dat het buitenlandsche goedkooper v.
was? Immers neen! Q
Is echter het binnenlandsche fabrikaat goedkooper, dan kan ii
1 In ’t vervolg moet het woo1·d goedkoop opgevat worden in zijne be- l
teekenis in verband met kwaliteit en conditiën. [