HomeDrie stelsels van handelspolitiekPagina 29

JPEG (Deze pagina), 934.09 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 71.37 MB

. I t
l ‘ J i.
_ 27
H " en Bescherming", door Mr. J. G. Schölvinck in de Econo- in
mist van 1888.
Ook ik heb in een brochure ,,Vrijhandel of Bescherming E-
1 in Nederland door Een Industrieel, bij H. D. Tjeenk Willink
_ _ Haarlem 1897", ee11 brochure om persoonlijke redenen ano-
niem uitgegeven, getracht aan te toonen, dat de bewering
dat het verschil tusschen uit- en invoer van goederen constant W
moet blijven niet juist is, maa.r ik meende daarin nog iets
verder te mogen gaan en geloof daarin te hebben aangetoond, l
ï dat dit argument niet alleen onjuist is, doch dat het, al (
, ware het juist, nog volstrekt niet zoude bewijzen, dat men
L door inkomende rechten het arbeidsveld van een land niet
kan vergrooten. Ik vermeen op bladzijde 47 te hebben aan- H
H getoond, dat met behoud rcm ongeveer dezelfde cijfers rom in-
en wèzftoer de welvaart van een volk door de hefling van een 1
E invoerrecht kan vermeerderd worden en da.ardoor aan het ‘
j in- en uitvoer­argument de geheele basis ontnomen te hebben. g
i Om niet in herhaling te vervallen wil ik mij hier bepalen li
, tot een zestal punten. K
I. Al aanstonds treft het ons, dat de door bijna alle staat- er
i huishoudkundigen, o. a. ook door John Stuart Mill gehul-
li digde meening, dat het voor staten, die in hun industrieele jl
opkomst zijn, wenschelijk kan zijn, door beschermende rech­
ten hun industrie tot ontwikkeling te brengen, geheel in
‘ strijd is met de zooeven geciteerde stelling. Wanneer de door
j rechten gekweekte industrie zich slechts ontwikkelen kan ,,op .
de puinhoopen" van andere bestaande industrieën, heeft het
" toch Waarlijk geen zin dergelijke rechten te heffen; dit is
i duidelijk. Ziedaar dus eene groote inconsequentie. j
. i II. Het in- en uitvoer-argument, door de voorstanders er 1
van het ,,groote", het ,,vernietigende" genoemd, is vaag en ·
H onbestemd en telkens van front veranderend. .
‘ W Die weifelachtigheid openbaart zich hoofdzakelijk in de _
1 ‘
l
I l