HomeDrie stelsels van handelspolitiekPagina 21

JPEG (Deze pagina), 936.24 KB

TIFF (Deze pagina), 7.05 MB

PDF (Volledig document), 71.37 MB

er-.,;...a.,., . .;;·· ‘ ·Tv*"" "*“"‘ * v '" _
e
19
Y I I-Iij geeft toe dat inkomende rechten een industrie tot
bloei kunnen brengen, doch j
V II slechts ten koste van andere industrie in dat land, om-
_ i'_ dat kapitaal en werkkrachten niet meer kunnen voortbrengen
L dan op het oogenblik vóór men de rechten gaat heffen.
i Punt I staat dus tusschen partijen vast en daarmede staat
tevens vast, dat in die branche meer nationale arbeid ver-
j richt wordt, meer verdiend wordt.
, Bij punt II neemt Smith echter a priori aan, dat alle
kapitaal van eene natie zoodanig belegd is, dat geen meer-
der kapitaal voor industriëele doeleinden verkrijgbaar is ; hij .
neemt verder aan, dat ook van elders geen nieuw kapitaal
verkrijgbaar is, dat alle werkkrachten in dien staat in ge-
bruik zijn en dat al die werkkrachten ook gebruikt worden X
op Ide meest intensieve wijze, zoodat het product van haar ·
i arbeid op geenerlei wijze voor vermeerdering vatbaar is.
Men zal mij toestemmen, dat er nooit een staat bestaan
heeft waarin deze vier veronderstellingen bewaarheid zijn i
geworden.
Onverscliillig of ,,kapitaal" hier genomen is in den gewonen
I of in den staathuishoudkundigen zin, het is duidelijk dat er
altijd personen zijn, die het kapitaal, dat zij in hun industrie
gebruiken, willen en kunnen vergrooten en dat ook zullen
doen wanneer een uitbreiding van hun bedrijf hun het uit-
zicht geeft meer winst te behalen. Een industrieel die meer
j verdiend heeft dan hij verteerde, ka11 dat overschot beleggen
E in buitenlandsche effecten of ook gebruiken tot uitbreiding
W van zijn bedrijf. In het eerste geval vermeerdert hij de in- .
landsche industrie niet, in het tweede wel. En in het geval Q
dat Smith ons noemt, zal wel dit type van bedrijfsuitbreiding j
­ zeer dikwijls worden teruggevonden.
j En wat nu de veronderstellingen omtrent de werkkrachten
aangaat, men zal mij eveneens moeten toestemmen, dat, ons j
land eens als voorbeeld nemende, men bezwaarlijk kan aan- l
, nemen dat allen, die arbeiden kunnen, ook altijd werk hebben.
l
1
àä
.1 F
1 E