HomeBeschouwingen over de gemeente-financiënPagina 62

JPEG (Deze pagina), 803.33 KB

TIFF (Deze pagina), 5.70 MB

PDF (Volledig document), 62.96 MB

IV
il
‘j= 60
waaruit volgt, dat de vader niet kan worden aangeslagen
over de verdiensten van zijn minderjarige kinderen. Daar
echter van vermelde bepaling in de praktijk hoegenaamd
niets terecht komt, zullen de bevoorrechte gezinnen ver
beneden hun draagkracht betalen ten koste van de niet »
bevoorrechte gezinnen. ­
Nog een andere onbillijkheid treedt in het huidige stelsel
Q der inkomstenbelasting, in het licht eener verteringsbelas~
ting bezien, naar voren. _
H Het aantal gezinnen met meerderjarige (zelfstandige)
kinderen met een eigen inkomen is de laatste jaren in sterke
)­_ mate gestegen. Dit verschijnsel van "samenwonen", dat ·
p voornamelijk is waar te nemen daar waar handel en
j industrie ruim vertegenwoordigd zijn, dus in en om de groote
f steden, zal de draagkracht van elk dezer inwonenden
j V belangrijk doen stijgen. Ook hier bevat de wet, doorrmet
l deze financieel gunstige positie van de inwonende belasting~
l plichtigen geen rekening te houden, eene onbillijkheid
tegenover degenen, die op hun zelf wonen, en wier finan~
cieele draagkracht daardoor aanzienlijk minder is.
` Het behoeft wel geen nader betoog, dat er heel wat
inkomen, hetwelk zoo noodig belast behoort te worden,
onbelast blijft, waartegenover de gemeente wel haar plichten
heeft te vervullen, doch haar onmiskenbaar recht van
,,te laten bädragen in de kosten er van" mist. En dat voor _
die gemeenten, welke haar belastingpenningen zoo hoog
noodig hebben ! ·
h ls nu een heffingssysteem ,,naar het inkomen", waarbij
met de gezinssterkte rekening wordt gehouden, in onze _
belastingwetgeving vreemd ?_ Het antwoord op deze vraag
moet ontkennend luiden, al is het dan ook nog slechts kort,
dat dit kan worden gezegd. Het betreft hier de school~
geldheffing van het Lageronderwijs. Zoo bepaalt Art. 62
` der L. O.­wet 1920 (St.bl. 778), luidende: .
,,Ter tegemoetkoming in de kosten, welke voor rekening