HomeBeschouwingen over de gemeente-financiënPagina 6

JPEG (Deze pagina), 858.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.04 MB

PDF (Volledig document), 62.96 MB

4
vorming van commissies, vereenigingen, enz., die zich met ;
de overheidsaangelegenheden gaan bemoeien, hetwelk hun `
als een groote fout moet worden aangerekend.
Geenszins willen wij de meening onderschrijven, dat het Q
publiek in alles behoeft te berusten. Integendeel; het heeft
het recht te eischen, dat het bestuur zoo economisch
mogelijk wordt gevoerd. Maar om hiervoor als maatstaf
den belastingdruk te nemen is niet juist. Het is heel wel ·
mogelijk, dat een gemeente met een hoogen belastingdruk
een veel economischer beheer voert dan een gemeente, waar
de belastingdruk laag is. Dit neemt niet weg, dat de belas~
tingdruk in ons land in het algemeen boven de draagkracht
van de breede lagen van het volk gaat, hetwelk zijn oorzaak
vindt in het verkeerde in ons belastingstelsel.
Het eenige accres van beteekenis, dat, tot voor nog
slechts een paar jaar geleden, ons belastingstelsel de '
gemeente bood, lag in de inkomstenbelasting, waartoe zij
dan ook gedwongen werd haar toevlucht te zoeken. Door
de sterke stijging dezer belasting kwam het enge in het
plaatselijk belastinggebied, door de steeds toenemende
lasten, scherp naar voren, in welke omstandigheid de Regee~
ring een gunstige gelegenheid vond het wetsontwerp tot
nadere regeling der financieele verhouding tusschen Rijk
en Gemeente, onder handhaving van het wetsontwerp tot
verruiming van het plaatselijk belastinggebied, in te trekken, ï
zonder daarbij op al te veel verzet te stuiten.
Inplaats van dit ontwerp spoedig tot wet te verheffen,
verliepen er nog twee jaren voor dit plaats vond. En ware
de inflatie niet zoo krachtig ingetreden, de betrekkelijke
wet zou dan o. i. den 30 December 1920 het Staatsblad.
nog wel niet hebben bereikt.
Praktisch heeft deze wet slechts waarde in Art. 242e der
Gemeentewet, welk artikel den gemeentebesturen de
gelegenheid biedt een zakelijke belasting op het bedrijf te
heffen. Het is nauwelijks te gelooven, dat de gemeente
deze wet, al wordt het verzet onder de tegenstanders nog l