HomeBeschouwingen over de gemeente-financiënPagina 57

JPEG (Deze pagina), 838.53 KB

TIFF (Deze pagina), 5.71 MB

PDF (Volledig document), 62.96 MB

55 ·
-_ zal toch zonder bezwaar ondervangen kunnen worden door .
en ` het bestaansminimum, met inachtneming van de gezins~
sterkte, vast te stellen. ,
Misschien rijzen bij den lezer tegen een dergelijk stelsel,
wegens zijn mogelijk meer of mindere gecompliceerdheid
bedenkingen, doch onoverkomenlijke bezwaren zal het wel
niet medebrengen.
Bij de bepaling van het bestaansminimum zal met de
plaatselijke gesteldheid rekening moeten worden gehouden,
· want de levensstandaard is overal niet even hoog. Dat het
. den wetgever uiteraard moeilijk zal vallen een juist bedrag
. vast te stellen. is te begrijpen. Doch het gaat hier om het
F bedrag, dat de werkelijkheid zoo dicht mogelijk nabij komt,
en het valt daarom niet aan te nemen, dat zoo'n vaststelling
niet doenlijk is.
Hoe gevaarlijk het is om het verteringsbedrag niet vast
te leggen, doch als een zwevend bedrag te beschouwen,
moeten zelfs degenen, die deze gedachte huldigen, toegeven. `
En waar het instinct van den mensch er op uit is, elken
äl opgelegden socialen en economischen last te ontduiken,
zal hij elke zoodanige gelegenheid met beide handen aan~ '
grijpen. Bovendien zal dit stelsel het samenstellen eener
ik betrouwbare _begrooting in den weg staan. De gemeente
immers is, zooals wij reeds op blz. 12 hebben opgemerkt,
een verbruikshuishouding en zij heeft er als zoodanig voor
j zorg te dragen, dat de begrootingsbalans in evenwicht is, l
m.a.w. dat tegenover de uitgaven eenzelfde bedrag aan
inkomsten staat. Hoewel nu de begrooting slechts een
raming van ontvangsten en uitgaven is, toch moet getracht
ï¥ worden de werkelijkheid zoo dicht mogelijk te naderen.
Want geeft zij niet de lijnen aan waarlangs het financieel
beleid zich in een komend jaar zal bewegen?
Het zal den ingewijde en zelfs den oningewijde in de
begrootingspolitiek der gemeente wel niet onbekend zijn,
dat, wanneer de raming der middelen wordt geconstrueerd,
de gemeente per saldo toch is aangewezen op de belastingen
I