HomeBeschouwingen over de gemeente-financiënPagina 56

JPEG (Deze pagina), 787.91 KB

TIFF (Deze pagina), 5.71 MB

PDF (Volledig document), 62.96 MB

54
a. een verteringsbelasting,
fi en t D
ll b. een kapitaalvormingsbelasting.
Bij de heffing zal de vraag gesteld moeten worden:
,,Op welke wijze is het inkomen verkregen?" Dit kan
voortgesproten zijn uit z ‘
a. arbeid;
b. arbeid en vermogen ;
~ c. vermogen.
{ Nu zal het inkomen uit vermogen zwaarder behooren te ·
worden belast dan het inkomen uit arbeid en vermogen, ·
‘ terwijl ditlop zijn beurt weer zwaarder dient getroffen te .
worden dan het inkomen uitsluitend uit arbeid verkregen, ri
j tenzij het ten aanzien van den arbeidsfactor een zeer onder~
geschikte plaats inneemt.
* Hoe kan nu het doel, om inkomens zwaarder te treffen,
J ’ worden bereikt ? Hiertoe zouden wij de verteringsbelasting
l echter niet aangewend wenschen te zien, noch de kapitaal~
l vormingsbelasting, doch wij zouden een Algemeene belas~
i ting willen kiezen, welke het karakter eener aanvullings~
· belasting draagt. Om deze redenen zal de inkomstenbelas-
ting niet behoeven te verdwijnen. Wel heeft deze dan als
` hoofdbestanddeel van het belastingwezen afgedaan, doch H
i als nevenbelasting zal zij met de vermogensbelasting
onmisbaar blijken. gj
l De aanvullingsbelastingen zijn dus het middel om de
daarvoor in aanmerking komende inkomens overeenkomstig
, hun aard en karakter te belasten. Hieruit vloeit voort, dat
men bij het bepalen van het bestaansminimum niet zoo
angstvallig behoeft te zijn, want men treft waar getroffen
moet worden. Zonder bezwaar kan men dus ter zake dezer
kwestie een milde houding aannemen, zohder bevreesd
behoeven te zijn te handelen ten nadeele der openbare kas.
Tegen de invoering eener verteringsbelasting wordt als li
bezwaar opgeworpen: de moeilijkheid om achter de hoe~
grootheid der verteringen te komen. Doch deze moeilijkheid