HomeBeschouwingen over de gemeente-financiënPagina 29

JPEG (Deze pagina), 843.56 KB

TIFF (Deze pagina), 5.90 MB

PDF (Volledig document), 62.96 MB

27
l kingen rijzen. Maar het is wel gewenscht de extra~bevoor~ ü
A deeling te belasten.
Een andere vraag is, of het, ter wille van het beoogde
doel n.l. de veiligstelling van den gulden, wel gerechtvaar~
digd is om den toestand van 's lands financiën, daaronder
dien van provincie en gemeente begrepen, hoe slecht deze
ook moge zijn, daaraan ondergeschikt te maken. Alhoewel
gaarne wordt erkend, dat elke uitgaaf in het licht van
j, besparing moet worden bezien, m. a. w. dat gemist moet
jj worden, wat slechts zonder schade kan worden gemist, een
aantasten der cultureele, sociale en hygiënische belangen
van het volk is zeer sterk af te keuren. Immers wordt, wat
.. hier door de eene hand wordt gegeven, niet door de andere A
hand genomen? Zoo is dan ook het streven om den levens~
standaard van den werk11emer te verlagen er een van zeer
q kortzichtig beleid. W`ant wordt hierdoor de koopkracht van
l het volk niet gedrukt op eene wijze, welke niet voor moti~
, veering vatbaar is? Vooraleer de indexcijfers van de levens~
behoeften geen aanzienlijker daling aanwijzen, welke zulke
maatregelen komen verklaren, blijven zij onrechtvaardig.
Het behoeft geen betoog, dat maatregelen als zoo juist
besproken een averechts verkeerde uitwerking zullen heb~
. ben. De bezuiniging neemt hier een karakter aan, welke de
ambitie en werklust van den werknemer, zoowel ambtenaar
` als werkman, doodt en hem het vertrouwen in de toekomst
' ontneemt. Het overheidslichaam vervreemdt hierdoor zijn _
personeel van zich, terwijl het zijn hulp en medewerking ten
aanzien van het onderwerpelijke vraagstuk in de komende
jaren zoo dringend noodig heeft.
Zoo lezen wij in meervermeld Voorloopig Verslag met
Q betrekking tot deze aangelegenheid:

,,Bezuiniging, die ontaardt in het ontnemen van werklust
,,aan ambtenaren en arbeiders en in het dooden van ambitie
,,en geloof in de toekomst bij hen, die met de zorg voor de
Hintellectueele en artistieke verheffing van het volk zijn