HomeHedendaags mirakelgeloofPagina 54

JPEG (Deze pagina), 1.20 MB

TIFF (Deze pagina), 8.41 MB

PDF (Volledig document), 70.64 MB

, r _ l s
. 2
ll-* ,
50 (
springen der roede in haar zelve te zoeken is. CI-IEVREUL (1854) Q nl
daarentegen baande een andere, reeds vroeger schuchter uitge- E ~
sproken verklaring, den weg, dat het ontvangen van uiterlijke e
indrukken (bijv. het zien van bepaalde kenteekenen welke de aan-
wezigheid van onderaardsch water plegen of ondersteld worden _ _`
aan te duiden) bij den roedeganger onbewuste spierbewegingen op- `
wekte, waardoor bewegingen van het rijsje ontstaan 1). BARRET Y
(1897) voegde aan de normale zintuiglijke waarneming nog helder- T
ziendheid toe. Tegen de opvatting, van CHEVREUL, die in kern, naar .
J mij voorkomt, de juiste is, trekken natuurlijk de roedegeloovigen te _
velde. ROTI-IE, die ook een bruikbare terminologie heeft vastgesteld, E `
_ formuleert na veel schijnlogiek, dat, wat men het moderne kleed van
het wichelroedegeloof kan noemen. Hij gaat uit van de veronderstel-
ling, dat, om een wichelroedeverschijnsel te verkrijgen, drie dingen
noodig zijn: de roede (rhabdos); een mensch die haar voert: de
· rhabdomant, en iets dat het opspringen der roede in de handen van ï
den roedeganger bepaalt: de rhabdomotorische stof 2). Aangezien
niet alle menschen roedegangers zijn, behoort daar een bijzondere ­
,,sensitiviteit" toe; sensitiviteit, waarvoor? Voor onderstelde, van de
_ rhabdomotorische stoffen uitgaande invloeden. Deze rhabdomotori-
sche invloed werkt op het zenuwstelsel van den sensitieven `roede-
ganger en - zoudt gij denken, bewerkt een samentrekking van zijn ' J
spieren waardoor de handen met hetrijsje bewogen worden? Mis!
Hij bewerkt daar een ,,aan het menschelijk lichaam gebonden fluïdi-
sche kracht, welke op de roede overvloeiend, deze laadt". De met ‘
het rhabdomotorische fluïdum van den rhabdomant geladen roede _ (
kan thans den rhabdomotorischen invloed der rhabdomotorische "
stoffen ondergaan en springt op. Dus: de rhabdomotorische invloed I
van uit de rhabdomotorische stoffen werkt op beide zoowel op de i
roede als op den roedeganger. Gevolg wordt echter slechts verkregen, i
wanneer die beide aan elkaar vast zitten. _ _
Tot zoover de leer in hare algemeene formuleering. Over den aard ‘
der rhabdomotorische krachten kunnen wij pas oordeelen, wanneer Q
1) Een dergelijke verklaring door een ongenoemde had reeds ZEIDLER (1780)
trachten te ontzenuwen, door de in de handen genomen einden van de roede in ,· I _
holle kokers te steken. GILBERT (1807) gaf haar voor het door RITTER (1807) uitge- ’, _ ‘v
dachte, door den roede- en slingerganger CAMPETTI vertoonde verschijnsel; een ge (
wichtje aan een draad in de rechter hand gehouden, begint te slingeren, resp. cirkels
te beschrijven, wanneer de linker hand onder het gewichtje gehouden wordt. GILBERT
schrijft hier treffend, dat de oorzaak der beweging te zoeken is in een associatie der
oogindrukken en onwillekeurige handbewegingen. (
2) `Pá,85aç, de hermesstaf. Mórwng, een waarzegger, of teekenslezer. Rhabdomo~ (
torisch is een hybried: minder slecht ware: rhabdokinetisch: wat de roede doet ‘
bewegen. . E

«