HomeHedendaags mirakelgeloofPagina 25

JPEG (Deze pagina), 1.08 MB

TIFF (Deze pagina), 8.45 MB

PDF (Volledig document), 70.64 MB

A__ _ JN ...­·,-,..«._,-..,,««·»=3¤ï5r,«;,,,+"s·ari1~·«vv;'ï'=•~­~~·;,,;­.,·»~.,.;,; ·r{,;":rf ri, {`,"’e)T;'.1’§. " ,‘ af, J ,;__ T ,”· Tu ,, j__ _>
21
benen ,,Materialisationen" ist '''' . Men moet erkennen, dat, wanneer
men zich eenmaal op het glibberig pad der telecritiek, of kritiek-
van-verre begeeft, men gevaar loopt uit te glijden. De overtuigde
geloovigen in de teleplastische verschijnselen kunnen tegenover
dr. VON KEMNITZ' verklaringshypothesen, niet zonder een glimp van
recht beweren, dat deze critica wel aan de natuurkundige mogelijk- Y
‘ heden grenzen wil stellen .... niet echter aan het goochelvermogen
J van het medium. Onmogelijk als natuurfeit - onmogelijk als goochel- T
toer: men wikke deze onmogelijkheden tegen elkander op .... en
kieze naar persoonlijke voorkeur!
Word ik voor deze keus gesteld, dan zou ik het toch maar ver-
standig achten, hqe onbegrensd de natuurkundige mogelijkheden ook U
zijn, daarbinnen voor de teleplasiën van Eva C. vooralsnog geen
otïicieele plaats in te ruimen .... l).
vs
=r >1<
' Menigeen onder hen, die van het voorafgaande kennis genomen
r ‘ heeft, zal zich met min of meer verontwaardigde verbazing afvragen,
‘ V _ waarom ter wereld de bespreking van dergelijke vraagstukken, als
medianieke verschijnselen, hier geschiedt. Daarvoor zijn vele redenen.
De voornaamste is deze. Er is een groote, zéér groote strook men-
· . 1) De eerlijkheid vtil dat ik melding make van een intusschen verschenen verweer-
schrift van dr. VON SCHRENCK *), waarin hij zich voornamelijk wendt tegen dr. VON
KEMNITZ, dr. VON GULAT WELLENBERG en tegen den paryschen magnetiseur DUR-
VILLE en diens somnabule mej. BARKLEY. Behalve eenige rake zijstooten, den moreelen
achtergrond van de verhouding der beiden eersten ten opzichte van zijn persoon be-
treffend, ­komt VON SCHRENCK hoofdzakelijk op de kontrölevraag terug. Hij levert
daarbij een kritiek der kritiek, die in enkele opzichten met de hier boven reeds door
mij gegevene overéénstemt. ln het algemeen gesproken is het precies even onbegrijpe-
’ lijk hoe het medium de "teleplasien" kan binnengegoocheld hebben, als hoe deze op
andere wijze ontstaan zouden zijn. Hij voegt daar dan nog enkele tegenproeven aan
toe: Nagebootste teleplasieën van papier, doek enz. worden opgerold en in den mond
gestopt, dan in het donker ontrold, en met bliksemlicht gephotographeerd. Er blijken
daar uiterst groote moeilijkheden aan verbonden te zijn. Zonder gebruik der handen ’
acht VON SCHRENCK het volstrekt onmogelijk. En bovendien zien de photo's er
gansch anders uit. Tegen mej. BARKLEY tracht VON SCHRENCK te bewijzen. dat de
l vermeende geestverschijningen, geen omgewerkte portretten uit een Fransch geïllustreerd
weekblaadje kunnen zijn. Ten slotte worden nog enkele nieuwe séances beschreven
` waarin de verlichting sterker was dan in de overige, waarbij de gordijnen van het
kabinet steeds geopend, handen en hoofd van het medium dus steeds zichtbaar bleven.
7 Desalniettemin verschenen en verdwenen de materialisaties, op onverklaarbare wijze,
toch.
" "‘) Der Kampf um die Materialisationsphänomene, Eine Verteidigungsschrift. ·
1 E. Riz1NHAR1>·r, München 1914. ·
l I l
1 à
_! J