HomeEen en ander over de reconstructie der oorlogsvlootPagina 33

JPEG (Deze pagina), 819.61 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 32.62 MB

i
I 31 ‘
j oen; deze sommen te zamen nemende, krijgt men 43 millioen,
_ te besteden aan 36 vaartuigen, waarvan de afmetingen door
den beperkten diepgang van sommige onzer zeegaten en van
onze binnenwateren beheerscht worden. Daarenboven huldigt
de Admiraal eene opvatting van de beteekenis van kruisers,
, die hem met eene aanschaffingswaarde van f 1,330,000 per
y schip, vermoedelijk eene waterverplaatsing van ongeveer 2000
­# ton toelatende, genoegen doet nemen. De gezamenlijke waarde
f van deze verschillende categorieen van kleine schepen stijgt
daarmede tot nagenoeg 50 millioen, zegge 50 percent van het
geheel der vloot. W
­ Uit eene vergelijking als hier gehouden, kan zeker niet .
het bcwüs worden getrokken, dat de Nederlandsche vloot ook
grootere schepen dan hare tegenwoordige hebben moet of heb-
ben kan; maar die vergelijking moge toch den belangstel-
lenden lezer te denken geven, in dien zin, of het, in verband
met de boven omschreven voordeelen, bij vergrooting der water-
' verplaatsing van oorlogsschepen te verkrijgen, niet zaak is, zoo-
veel mogelijk naar die vergrooting te streven bij het ontwerpen
van nieuw materieel.
f Naar onze overtuiging behoeft de organisateur der Neder-
landsche zeemacht voor de toekomst, zich niet te bepalen tot
eene waterverplaatsing van 3400 ton voor de pantserschepen
, tot kustverdediging, en van 3900 ton voor de schepen voor al-
* r gemeenen dienst; mits hij zich ten aanzien van het materieel,
dat tot de meer passieve plaatselijke verdediging moet worden
bestemd, en dat door den eisch van diepgang aan kleine afme-
tingen gebonden is, tot het strikt noodzakelijke beperke; waarbij
j wij echter opmerken, dat torpedobooten, hoewel ook aan kleine
. afmetingen gebonden en tot plaatselijke verdediging geschikt,
, niettemin eene groote beteekenis hebben voor de actieve ver-
’ dediging, en dus aan hun aantal voor een land als het onze
‘ hooge eischen moeten worden gesteld.
_. Ten einde het antwoord te zoeken op de vraag, of het
i noodzakelijk is, bij nieuwen aanbouw de waterverplaatsing on-
zer meest belangrijke scheepstypen zooveel mogelijk te ver-
grooten, vestigen wij voornamelijk de aandacht op het type der
schepen voor algemeenen dienst, waarop de tegenwoordige