HomeEen en ander over de reconstructie der oorlogsvlootPagina 28

JPEG (Deze pagina), 829.54 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 32.62 MB

VA/gra", W l `~q­“-v&"'“fu"­<‘°-`­"`_·~`~<“~‘__<-Y*’_.i.`-_-__ W",-`-' **¢&*o"~“ M- Q Iv ­~`“’­m•`«fw `v·_ ~*_~~­­‘~w"
l,
i
I
j 26
de lengte, directen invloed. Zal dus van beide schepen een even `
i groot percentage der waterverplaatsing besteed kunnen worden i
aan pantsering, dan zal deze bij het grootere schip dikker kun-
nen zijn of wel over een betrekkelijk grooter oppervlak ver-
spreid dan bij het kleinere; en stelt men de eischen van pant-
r serdikte en beschermd oppervlak bij beide schepen gelijk, dan
, _ zal bij het grootere weder betrekkelijk meer gewicht beschik- ,;
, baar kunnen blijven voor bewapening of `voortstuwing. 4e
j Behalve deze voordeelen, die men zoude kunnen noemen 3
P de directe, door vergrooting der afmetingen te verkrijgen, kun- ’
. nen nog andere als indirecte worden aangevoerd.
. Het grootere schip zal bij het kleinere voor hebben ten `
aanzien van zeewaardigheid, rustige ligging als opstellingsvlak l
van het geschut, mogelijkheid om het geschut bij sterk bewogen i
l zee te gebruiken, en bewoonbaarheid; aangenomen, dat bij het ·
l ontwerp van beide schepen de zaken, die deze eigenschappen
beheersclien, in dezelfde mate in het oog zijn gehouden.
. Eindelijk kan men aannemen, dat een grooter schip naar
, evenredigheid minder bemanning vereischt dan een kleiner. -
i Na al hetgeen reeds vroeger ten aanzien van dit punt is
te berde gebracht, moeten wij verwachten, dat ons al dadelijk ·
i het diepgangvraagstuk zal worden voorgehouden, om het denk- ,
beeld van grootere afmetingen voor onze scheepstypen te be-
strijden. Wij meenen echter, dat aan dit punt in de laatste »
jaren eene onnoodig groote waarde is toegekend. Immers, hoe-
zeer ook bij de verdediging der vaderlandsche zeegaten vaar- `
waters van geringe diepte bevaren moeten worden, zoo is daar-
. mede nog niet aangetoond, dat alle schepen, die onzerzijds aan
de verdediging moeten deelnemen, diezelfde vaarwaters moeten
, kunnen bereiken. Schepen van eene grootte, zooals ons land
zeker niet zal bouwen, en wij ook niet zullen aanbevelen, kun-
nen, zooals algemeen bekend, het Schulpengat van Texel, een ,
gedeelte van het Westgat, Texelstroom en Marsdiep bevaren,
en kunnen de havens van IJmuiden en Hoek van Holland bin-
nenloopen. Het zijn dus alleen de Goereesche en de Vliegaten,
waartoe uitsluitend vaartuigen van minder diepgang moeten
worden bestemd, al ontkennen wij niet, dat zulke vaartuigen l
ook in de Texelsche gaten belangrijke diensten kunnen bewijzen, 1