HomeEen en ander over de reconstructie der oorlogsvlootPagina 26

JPEG (Deze pagina), 806.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 32.62 MB

V AF? _ _, “;¤.,..;_..,‘,;,,¤___,._.;;;;.;,;___,_,;..__,;._.,,`..; ,,....,;..,....«...`.~­­­­­­..Z._...;;_..;.l,..».
- 24 ·
verbonden zijn aan iedere vergrooting van de waterverplaatsing
der oorlogsschepen, - voordeelen, waarop wij nader uitvoeriger l
terug komen, - hebben reeds menigmaal stemmen doen opgaan ‘
voor het inslaan ten dezevan een anderen weg, dan thans bij i
het ontwerpen onzer betrekkelijk groote schepen wordt gevolgd. 1
ls nu in dit opzicht bij de verschillende uitingen der Re- - ,
geering alles gezegd, wat aangaande zulk een belangrijk vraag- j
stuk met reden mocht worden verwacht? 'YX
j Zeker heeft de Regeering voor zich afdoende redenen ge- W
vonden, om de noodzakelijkheid van zestien betrekkelijk groote
schepen, ter gemiddelde aanschafiingswaarde van f 2.825.000 elk, j
aan te nemen; maar de aanwijzing der gronden, waarop dit " i
alles steunt, is niet geschied.
Al dadelijk valt een belangrijk verschil aan te wijzen tus-
schen dit, het eenige geopenbaarde gedeelte van het stelsel der
Regeering, en het stelsel van den Admiraal MAo Lnon. Terwijl
toch de Regeering eene som van ruim 45 millioen wenscht te
besteden voor 16 schepen van 3400 a 3900 ton waterverplaat
sing, komen in des Admiraals vlootprogramma 10 schepen voor,
ii waarvan de prijs per schip, f 3.095.000, eene waterverplaatsing
tusschen 3600 en 4200 ton doet vermoeden; de naastvolgende i
1 kleinere schepen bij den Admiraal MAc Lnon zijn, blijkens hunne
kosten, zeker belangrijk kleiner dan 3000 ton.
Er moet dus ook belangrijk verschil bestaan tusschen beide g
stelsels ten aanzien van de verhouding, die groot en klein
materieel in de totale vlootsterkte onderling mogen innemen; L
immers bij den Admiraal maakt het groote materieel 31 percent
i uit der totale waarde, die ergens op 100 millioen gulden wordt
_ gesteld; naar dezen zelfden maatstaf zoude de Regeering tot
F eene totale waarde der vloot a 145 millioen moeten komen,
wat waarschijnlijk op verre na niet in hare bedoeling ligt.
Ten andere moet de vraag rijzen: wanneer wij, volgens het
stelsel MAC Leon, aan een tiental schepen boven 3000 ton ge- {
‘ noeg hebben, en wanneer, zooals de Minister voorop stelt, aan _,
dit materieel een bedrag van 45 millioen kan worden ten koste
gelegd; -~ is dan de verdeeling van die som over 16 schepen,
· van f2.825.000 gemiddelde waarde elk, de meest doelmatige?
Waar omtrent het cardinale punt der organisatie zulk be-

~