HomeEen en ander over de reconstructie der oorlogsvlootPagina 25

JPEG (Deze pagina), 687.01 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 32.62 MB

. II.
De betrekkelijk groote schepen, zoo heeft de Minister ge-
zegd, - en zeker zal niemand daartegen opkomen -- moeten
de hoofdkracht der zeemacht uitmaken.
Dat hierin eene reden zou gelegen zijn, om aan den bouw dezer
schepen den volstrekten voorrang toe te kennen boven den i
bouw van ander, kleiner materieel, werd door den Admiraal
MAC Lnon reeds bestreden op gronden, waartegen o. i. weinig
kan worden ingebracht.
Boven hebben wij er op gewezen, dat juist eene kleine mogend-
heid de uiterste zorg moet besteden aan de keuze van hare scheeps-
- typen; en dat dit in de eerste plaats voor de betrekkelijk groote
schepen moet gelden, zal wel geen nader betoog behoeven;
Aantal, afmetingen en inrichting der groote schepen vormen
dus te zamen het eerste vraagstuk, het cardinale punt, dat zich i
bij de organisatie der zeemacht voordoet. Het is van het hoog- .
ste belang, dat, bij de beperking, die de draagkracht der natie
aan de totale aanschafüngswaarde der vloot stelt, aan de groote
schepen zooveel ten koste gelegd worde, als maar eenigszins op
andere, minder belangrijke deelen der vloot kan worden bezui- .
nigd; reeds daarom is het volstrekt noodzakelijk, de voorstellen
tot aanbouw van groote schepen toe te lichten door bekend-
stelling van hetgeen aan klein materieel noodig wordt geacht.
Voorts is het duidelijk, dat het benoodigde aantal der groote
schepen zorgvuldig moet worden overwogen, ten einde de beperkte
voor zulk materieel beschikbare gelden niet te versnipperen.
De groote voordeeleu, welke, natuurlijk binnen zekere grenzen,
r