HomeEen en ander over de reconstructie der oorlogsvlootPagina 21

JPEG (Deze pagina), 825.21 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 32.62 MB

19
* l
behoeven te roepen. Op de gewone wijze worden jaarlijks de l
benoodigde sommen voor den aanbouw gevoteerd, maar de Re- l
geering zorgt voor ruime toelichting van de gedane aanvragen, i
door telkens een zekere hoeveelheid materieel van verschillende l
soorten te noemen, welke zij voornemens is, binnen een bepaald i
aantal jaren af te bouwen. Sedert het Tonr-Kabinet, dat de ,
, ,,Naval Defence Act" tot stand bracht, heeft Engeland nu reeds i
q tweemaal eene wisseling van meerderheid in het Lagerhuis, en
` I dientengevolge in de Regeering gezien, doch dit heeft geenszins
i verhinderd, dat met de instandhouding, beter gezegd, de ge-
leidelijke versterking der Britsche zeemacht ongestoord werd l
voortgegaan. Het Engeland van de laatste jaren levert een l
treffend bewijs, hoe de zorg voor de krijgsmacht kan worden
verheven boven den strijd der politieke partijen.
Het is waar, dat verschillende omstandigheden het vraag-
stuk van den aanbouw voor de vloot in Engeland minder in-
E gewikkeld maken, dat dit ten onzent op het oogenblik is; maar
*‘ de eenstemmigheid tusschen Regeering en Vertegenwoordiging
is ontegenzeggelijk grootendeels te danken aan de onomwonden
wijze, waarop de Regeering hare plannen blootlegt, zonder te
pogen deze te wringen in de keurs eener wettelijke of bij
` l Koninklijk Besluit bevolen regeling.
· Het zoude ondankbaar zijn, te ontkennen, dat ook ten onzent
V in de laatste jaren de versterking der vloot buiten den poli-
tieken partijstrijd wordt gehouden; en het stelsel van werk-
_ j programma’s voor eenige jaren kan gezegd worden tegenwoordig
te worden gevolgd; immers de drie pantserschepen, type ,,Kor-
tenaer", vormen het werkprogramma voor de helft van het
begrootingsjaar ’93 en de jaren ’9i en ’9ö nagenoeg geheel,
l terwijl de drie kruisers, type ,,Holland", te beschouwen zijn
als het werkprogramma voor ’95-’97. ·
- Wanneer nu dit alles nog niet heeft mogen leiden tot een
` glad verloop der aanvragen om gelden voor den aanbouw, dan
E gelooven wij, dat de oorzaak daarvan moet worden gezocht in `
l het gebrekkig verband tusschen de genoemde werkprogramma’s
onderling, en in het ontbreken der gelegenheid voor de leden
der Vertegenwoordiging, om zich een overzicht te verschaffen
over het geheel, waarnaar gestreefd wordt.