HomeEen en ander over de reconstructie der oorlogsvlootPagina 16

JPEG (Deze pagina), 823.98 KB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 32.62 MB

(
of de overige behoeften der vloot deze aanschafiing toelaten;
ni. a. w. er is een stelsel van organisatie der zeemaoht denk-
baar, waarin niet meer dan drie ,,Kortenaer’s" passen. Het is
niet mogelijk hieromtrent te oordeelen, zonder dat men een
programma voor de sterkte der geheele vloot vóór zich
heeft. W
Zoude dus, indien de Regeering geen kans ziet, bij de in-
i diening harer voorstellen tot nieuwen en krachtigen aanbouw
de zoo noodige inlichtingen te verstrekken, voorzichtigheid ge- `
bieden, hoezeer dit ook te betreuren zoude zijn, den verderen
aanbouw te staken, - zoo verdient o. i. de vraag overweging,
of de blootlegging van des Ministers denkbeelden betreffende
de benoodigde vloot in haar geheel werkelijk moet afstuiten op
, het nog niet volkomen overwonnen zijn der hindernissen, die
hij op zijn weg heeft gevonden. En dan treft ons, bij de
overweging dier vraag, al dadelijk een verschil in uitdrukking,
Waaraan zich een niet onbelangrijk misverstand schijnt vast te
knoopen. Terwijl toch de vele vragen, den Minister in de beide "
Kamers der Staten­Generaal gedaan, naar het ons voorkomt,
voornamelijk bedoelen, de denkbeelden van den Minister in hun
geheel te leeren kennen, als toelichting van zijne eventueel in
te dienen voorstellen, wijzen de antwoorden van den Minister
op geheel iets anders. Wij hooren hem in de Eerste Kamer H
spreken van ,,de vaststelling van eene organisatie", en van het
voornemen om deze, ,,hetzij bij de wet, hetzij bij algemeenen
maatregel van bestuur, tot stand te brengen." k
Nu is tot dusver, zooals bekende, van de sterkte en samen-
stelling der zeemaoht niets bij de wet of bij Koninklijk Besluit
geregeld. Immers het bekende Koninklijk Besluit van 1866 regelt
niets meer dan eene verdeeling van uitgaven over twee depar-
tementen, zonder zich met eenige sterkte in te laten.
Wij moeten dus vreezen, dat de Minister het oor is gaan
leenen aan hen, die vroeger en later hebben aangedrongen op I
de vaststelling eener regeling van de sterkte en samenstelling AK
der zeernacht bij de wet of bij Koninklijk Besluit. j
In het nummer van December 1893 van het tijdschrift
,,Vragen des 'I‘ijds" mochten wij gastvrijheid vinden voor eenige
beschouwingen over de wenschelijkheid en de uitvoerbaarheid l