HomeVrouwenkiesrechtPagina 11

JPEG (Deze pagina), 680.62 KB

TIFF (Deze pagina), 5.46 MB

PDF (Volledig document), 13.27 MB

nl
9
° denzelfden rang als den man. Velen beginnen dit tegen-
lj woordig gelukkig in te zien, ook onder de mannen.
lj Kort geleden kwamen in het_Handelsblad een reeks
"; artikelen voor over de Rijksopvoedingsgestichten. De
li schrijver had al deze gestichten bezocht, (drie voor
lj jongens en één voor meisjes). Het gesticht voor meisjes
_ maakte op hem een veel vriendelijker, een veel minder
j gevangenisachtigen indruk, dan die voor jongens. Dit
bleek hem uit de kleeding, uit de slaapplaatsen, uit de
j¤ wijze van wandelen zelfs. Hier ziet men de hand der
vrouw, zegt hij. In zijn slotartikel komt hij nog eens
Q er op terug, dat het hem was opgevallen hoe liefdeloos,
hoe militair die jongensgestichten waren ingericht, hoe
zeer men daar miste de lzarzd, ik zou zeggen dan geest
· der vrouw. Hij gaf in overweging ook vrouwen aan
l te stellen in deze gestichten, omdat toch geen kind
volledig is opgevoed, als het niet een vader en een
jj moeder heeft. Deze opmerking vervulde mij met blijd-
f schap, omdat ik meende, dat ze van een man kwam. l
l De schrijver wenschte verder, dat vrouwen zich ook "
zouden wijden aan de zorg voor de opvoedelingen, als
ze in de maatschappij zijn teruggekeerd. En daarmee i
{ keert hij terug tot het oude: De vrouw wijdt zich toe, `
! is dienende liefde. Neen, zoo moet het niet zijn. Wel j
j moet de vrouw heerschen naast den man, ook in het
l belang der rijksopvoedelingen, maar niet eerst als ze
_, dat geworden zijn. De vrouw moet mede het recht
gg hebben de middelen te beramen, waardoor men ver-
) waarloosde kinderen, en dat zijn ze toch allen, die J
arme rijksopvoedelingen, weer maakt tot nuttige en
goede menschen. Of liever nog, zij moet het recht W
Y hebben mee te helpen zorgen, dat de rijksopvoedelingen
{ .
is =
1
l l
r