HomeOpen brief aan de schrijvers over "Een dreigend gevaar"Pagina 9

JPEG (Deze pagina), 632.92 KB

TIFF (Deze pagina), 5.35 MB

PDF (Volledig document), 11.70 MB

I 7
l die blijkens hun schrijven niet zoo zeer gebrek aan een
l zeer ordinairen tact hebben ­ den takt der kleine jongens,
· die groot geschreeuw en ruwe woorden in plaats van ver-
l dediging stellen ~ als wel aan gezond verstand om te kunnen
oordeelen, waar het eigenlijk op aan komt. Maar ik ben in
jl den regel edelmoedig en wil dus doen, alof ik werkelijk
X door dat getier, waarbij zelfs Uélewspicgel te hulp moest
I worden geroepen om de vuile praatjes van een zekeren
4 SORANUS in de Comfroleur in hun (on)waarde te laten,
T eenigszins getroffen was en dan mij de moeite geven dien
i schreeuwers - helaas bijgestaan door een paar fatsoenlijke,
beschaafde menschen - te doen begrijpen, wat nu eigen-
, lijk wel bereikt hebben.
Iedereen weet nu, dat ik slechts korten tüd journalist
ll ben, een blauwen Maandag, zegt men.
jl Wat kan dat beteekenen voor het publiek, waaraan
i het dan toch bn slot van rekening verteld werd? Wie
heeft meer kans de School te kennen, de journalist of de
schoolmeester? Het publiek maakt zich van een journalist
_ gewoonlijk een geheel verkeerde voorstelling en vaak gebeurt
het, dat datzelfde publiek van een >>ecl1te11 krantenman"
j spreekt als van iemand, die van alles de klok heeft hooren
f luiden en van geen enkele zaak de klepel weet te hangen. r
r In de oogen van het publiek is het inderdaad een aanbe-
veling vroeger >>iets anders" te zijn geweest. En er zgn
bestuurders en eigenaars van dagbladen, die er juist zoo
over denken bij de keuze van een hoofd-redacteur.
j VV as er bij dat praten over dien blauwen Maandag niet
l meer jalousie de métier in het spel dan een tactvolle be-
l strijding van hetgeen ik gezegd had?
‘ VVerkelijk, het publiek heeft er niet veel om gegeven
l en daarom kon ik er persoonlijk kalm onder blijven,
4, dunkt mg.
i.