HomeOpen brief aan de schrijvers over "Een dreigend gevaar"Pagina 12

JPEG (Deze pagina), 615.74 KB

TIFF (Deze pagina), 5.35 MB

PDF (Volledig document), 11.70 MB

‘ 10
, wordt, moet in de toekomst, bü nieuwe benoemingen van
j leden van het Rijkstoezicht gebroken worden met de traditie,
dat het onderwijs behoorlijk gecontroleerd en beheerd kan
worden door niet­deskundige autoriteiten, die hun gezag
hoofdzakelijk aan hun stand en hunne macht te danken
hebben. Dat het onderwüs en de onderwäzers nauwkeurig
gekend worden, is in beider belang, maar niet minder in
dat der besturen, aan wie de zorg er voor is opgedragen. j
, Een toezicht met een gebied, dat slechts met moeite in "ii
· één jaar is af te reizen, kan onmogelijk aan z§ne roeping
voldoen."
Dus het Toezicht, zooals het nu is geregeld,
kan onmogelük aan zijn roeping voldoen.
, Dat zegt het N. O. G.
. ,< (
E =1= >!< ‘ g
,r II. Ik sprak van wanverhouding tusschen hoofden en T
onderwijzers.
jj Ofschoon zoo ongeveer de geheele wereld het weet, dat
die wanverhouding bestaat en er herhaaldelük in de Tweede
f Kamer op gewezen is, wil ik nog even aanhalen, wat in j
l het bewuste boekje ervan staat.
l >>§§ 15-17. Deze § § houden eene schets in der regeling l
van een betrekkelijk nieuw onderwerp (1), waaromtrent tot
nu toe in de Wet niet anders voorkomt, dan wat in artt. 21
en 22 is voorgeschreven. Voor tal van kleine scholen is
zoodanige regeling niet noodig, aan vele groote bestaat
l iets als hier bedoeld wordt. Het voorgestelde berust op
de erkenning van de wenschelhkheid, om aan de volledig-
bevoegde onderwäzers een redelijken invloed op de regeling
l van het onderwijs te verzekeren en meer waarborgen _
ii (I) Schoolvergaderingen in verband met dc inwendige regeling der School. im,
l
l
E