HomeAan alle onderwijzers en opvoedersPagina 13

JPEG (Deze pagina), 586.73 KB

TIFF (Deze pagina), 5.59 MB

PDF (Volledig document), 16.69 MB

11
en niet de eerste de beste lorren, die wij- onder de oogen
I krijgen.
li Tot het aanmoedigen van humane daden zün präzen stellig
I af te keuren ; want; indien er één deugd is, die hare beloo-
E ning in ziohzelve vindt, is het zeker de humaniteit. En
het uit­love11 van een prijs voor iets, dat de natuurlijkste
van alle menschelijke opwellingen moest zijn, is gebrek
aan vertrouwen to-onen in den ernst van de leerlingen en
in vele gevallen eene belooning voor verwaandheid en zelf-
zucht. ·
' Ik wil in overweging geven, of de onderwüzer zoowel als
de ouders niet liever het houden van dieren moesten tegen-
gaan dan aanwakkeren en de kinderen ertoe brengen,
dieren te beschouwen als verstandige vrienden en hen niet
W te behandelen als poppen of speelgoed. Er is geen ellen-
j diger wezen dan een ,,schoothondje" en een schoothondje
3 is het; teeken en ’t symbool van die nagemaakte humani-
_ teit-, die het eind is van alle valsche ,,gevoelerigheid". De
misplaatste meewarigheid moet uitgeroeid worden, eer het
ware medelüden wortel schieten kan. Noch huisdieren,
_ nooh wilde dieren zün ongelukkig, tenzü door de mishande-
ling der menschen. ,,Eene onpartijdigheid, die niets tot
’ zich trekt en niets vervolgt, is ongetwijfeld de ware ver-
houding van den mensch tot de lagere dieren," zegt de
uatuurvorscher W. H. Hudson, ,,een goddelijke, levendige
belangstelling voor al het levende in welken vorm ook,
j zonder te vragen naar züne eind­bestemming1; de zacht- ,
vi heid die geen. kwaad dloet, met de gestrengheicl die geen
· kwaad door de vingers kan zien/’ Dit zijn wijze woorden,
een rüpelüke overweging van onderwgzers meer dan waard