HomeLaatste bladzijde onzer Nederlandsche-West-Afrikaansche historie (Met een schetskaart)Pagina 8

JPEG (Deze pagina), 928.38 KB

TIFF (Deze pagina), 8.06 MB

PDF (Volledig document), 57.26 MB

6
Portugeezen onder Diego d’Asambuja gebouwd, en in 1637 ‘
door de Nederlanders met behulp der Negerbevolking -
die de Portugeesche onderdrukking moede was - veroverd.
A Voor de hulp der >>compagnie" betoond, werden de El-
mineezen als hare landgenooten en beschermelingen ver-
klaard, met vrij, eigen bestuur, uitgezonderd in crimineele _ ‘
zaken en geschillen tusschen Europeanen en negers.
De gouverneur Daendels, wien in 1816het bestuur over ;
de kust werd opgedragen heeft ook daar ~ zooals op
Java -- vele verbeteringen aan de wegen doen aanbrengen,
jammer genoeg stierf de ijzeren Maarschalk reeds in 1818.
In het jaar 1837 sloot de Regeering een verdrag met
Osai Quaco Dveah, koning der Ashantijnen, dat den vorst ~
verplichtte, om jaarlijks duizend negersoldoten te leveren aan
het Nederlandscháindisch leger tegen 40 ducaten per hoofd.
De Ashantijnsche koning was zeer bevriend met de
Nederlanders en zond zijn zoon en een neef naar Holland,
teneinde beide prinsen op Europeesche wijze te doen `
opvoeden. De zoon keerde later naar Ashantijn terug,
ll de neet Aquasi-Boachi gaf er de voorkeur aan, als mijn- ·
V ingenieur in Nederl.-lndië geplaatst te worden en woont ii.
thans te Buitenzorg.
j De artikelen van uitvoer waren: rijst, suiker, indigo,
1 ; tabak, edele houtsoorten en vooral goud, dat der West-
indische Compagnie jaarlijks meer dan een millioen gul-
den opbracht.
Het gewicht, dat Nederland hechtte aan het bezit van de j
kust verflauwde naarmate den achteruitgang der goudpro-
ductie, en werd onze bezitting ter westkust van Afrika
ten laatste met verachtelijke onverschilligheid bejegend.
Thans volge de laatste bladzijde uit de Nederlandsch-
West-Afrikaansche geschiedenis naar de belangwekkende
aanteekeningen van onzen hooggeachten vriend.
De voormalige Nederlandsche bezittingen aan de goud- ‘
kust vormde voor de grensregeling met Engeland (tractaat
van 5 Maart 1867) geen aaneengeschakeld gesloten geheel, l
‘ maar werden door de, daar tusschen liggende, Engelsche V
posten onderbroken.
Die bezittingen bestonden uit de landschappen Axim, 4
l