HomeLaatste bladzijde onzer Nederlandsche-West-Afrikaansche historie (Met een schetskaart)Pagina 37

JPEG (Deze pagina), 975.65 KB

TIFF (Deze pagina), 8.35 MB

PDF (Volledig document), 57.26 MB

_,wm,_,,mn,.tia,g.,;,..;;.;.~»e~.a.»­ ,
l
i
t sv
· , niën zeer terughoudend betoonde, voorgevende naar den
Minister te zijn afgezonden, werd de kapitein Meijer door
den Minister, naar den oud­gouverneur Nagtglas verwezen,
W om met Z.H.E.G. ter zake te confereeren.
Men oordeele over de verbazing der hoofden, toen het
bleek, dat de heer Nagtglas zeer wel op de hoogte was
,i van alles wat op de kust was voorgevallen, en ook om-
°‘ trent de gebeurtenissen, in de laatste maanden van 1867
en begin 1868 de volledigste inlichtingen had bekomen.
i Was het wonder dat de gezanten uiterst verbitterd en
S veront.waardigd waren dat men hen, ondanks den benar-
den toestand, aan hun lot had overgelaten? Niet ten
{ onrechte noemden zij de Nederlanders onstandvastige vrien~
j den die uit misplaatste koopmansstaatkunde hunne bond-
. genooten en besohermelingen met laakbare onverschillig-
I heid hadden bejegend. .
De kennis des heeren Nagtglas ten aanzien der kust-
aangelegenheden verraadde een sterk getinte kleur van
_ partijdigheid en kon zijne beoordeeling over den gouverneur
Boers den toets der billijkheid niet doorstaan.
F Waarom de heer Nagtglas onvoorwaardelijk op de par-
t tijdige bron vertrouwde en wie zijn zegsman te Elmina
‘ was, gaan wij stilzwijgend voorbij.
4 Animositeit, eer- en heerschzucht, wangunst en zelfzucht
hebben in de staatkunde door alle tijden heen dikwijls het
`I heil van den Staat aan eigenbelang opgeofferd, zóó ging
W het bij de oude volkeren en zoo gaat het nog.
j Eindelijk verscheen de dag waarop de Minister van Ko-
| loniën tijd en gelegenheid had de afgezanten ter audiëntie
te ontvangen.
* Daar Emisang, zooals gezegd, het Duitsch het vloeiendst
j sprak, vond zijne Excellentie het goed, dat hij in die taal
E zijne bezwaren onder de aandacht bracht.
l Het was natuurlijk niet anders dan de geschiedenis der
‘ gebeurtenissen van 1867~1868; een beklag over het
sluiten van het tractaat der grensscheiding, zonder de
bevolking gehoord te hebben; van den bloedigen oorlog,
welke het gevolg was van deze politieke fout; de onbe-
' schrijtelijke ellende der bevolking; de ergerlijke hulpeloos-
heid waarin de Regeering de bevolking had gelaten; het
verloren vertrouwen in het Nederlandsch bestuur te Elmina, j
, l
. I